Be not ye therefore partakers with them.
Efeze 5:11
En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer.
Numeri 16:26
En hij sprak tot de vergadering, zeggende: Wijkt toch af van de tenten dezer goddeloze mannen, en roert niets aan van hetgeen hunner is, opdat gij niet misschien verdaan wordt in al hun zonden.
Psalmen 50:18
Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers.
Spreuken 1:10-17
10
Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;
11
Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;
12
Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;
13
Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.
14
Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.
15
Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.
16
Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.
17
Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte;
Spreuken 9:6
Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
Spreuken 13:20
Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.
1 Timotheus 5:22
Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.
Openbaring 18:4
En ik hoorde een andere stem uit den hemel, zeggende: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt.