Wie op zijn tenen staat, staat niet stevig

Datum:
Schriftgedeelte:
2Tessalonicenzen 2:1-2:12
Serie:
Spreker:
Hits:
2020
Toelichting:
1) En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,
2) Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons [geschreven], alsof de dag van Christus aanstaande ware.
3) Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want [die komt niet], tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;
4) Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of [als] God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.
5) Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
6) En nu, wat [hem] wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
7) Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, [Die zal hem wederhouden], totdat hij uit het midden zal [weggedaan] worden.
8) En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
9) [Hem], [zeg ik], wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;
10) En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
11) En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;
12) Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.
Loading Player...

Deel deze pagina via

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Agenda

  • 24 12 2017
    samenkomst met Piet van der Lugt 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 86:5-5
Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen.