De plichten van het gewone leven op zich nemen kan ook een heldendaad zijn
  • 25 01
    Bijbelstudie-avond met Hoite Slagter - thema: Studies uit het Lukas-evangelie 20:00 tot 21:30
  • 28 01
    samenkomst met Hoite Slagter 10:00 tot 11:30
  • 04 02
    samenkomst met Peter Slagter 10:00 tot 11:30
  • 11 02
    samenkomst met Bastin Romijn 10:00 tot 11:30
  • 25 01 - 11 02
  • 18 02 - 04 03
  • 11 03 - 24 03
  • 25 03 - 15 04
  • 19 04 - 06 05
  • 13 05 - 27 05
  • 03 06 - 03 06

Datum:
Schriftgedeelte:
Exodus 1:22-2:6; Psalmen 91:15-91:16
Serie:
Spreker:
Hits:
1602
Toelichting:
Exodus 1:
22 Toen gebood de farao heel zijn volk: Al de zonen die geboren worden, moet u in de Nijl werpen, maar al de dochters mag u in leven laten.
 
Exodus 2
1 Een man uit het geslacht van Levi ging en nam een dochter van Levi tot vrouw.
2 De vrouw werd zwanger en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij mooi was, verborg zij hem drie maanden.
3 Maar toen zij hem niet langer kon verbergen, nam zij voor hem een mandje van biezen en bestreek het met asfalt en pek. Zij legde het kind daarin en zette het tussen het riet aan de oever van de Nijl.
4 En zijn zuster ging op een afstand staan om te weten te komen wat er met hem gedaan zou worden.
5 Toen daalde de dochter van de farao af om zich te wassen in de Nijl. Terwijl haar dienaressen langs de kant van de Nijl liepen, zag zij het mandje midden in het riet. Zij stuurde haar slavin om het te halen.
6 Toen zij het opendeed, zag zij hem, het kind. En zie, het jongetje huilde. Zij kreeg medelijden met hem en zei: Dit is een van de Hebreeuwse kinderen.

Psalm 91:
15 Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren, in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn, Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken.
16 Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen, Ik zal hem Mijn heil doen zien.
Loading Player...

Deel deze pagina via

Even een vraag

Heb je goede voornemens?

Volg ons via twitter @egkaleo

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Romeinen 3:23-24
Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;