Kennis is het enige bezit waarvan niemand je kan beroven

Datum:
Schriftgedeelte:
Psalmen 22:1-22:32; Psalmen 62:1-62:13
Serie:
Spreker:
Hits:
1619
Toelichting:
Psalm 22:
22:1 Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De hinde van de dageraad’.
22:2 Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten, bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
22:3 Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet, en 's nachts, maar ik vind geen stilte.
22:4 Maar U bent heilig, U troont op de lofzangen van Israël.
22:5 Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd en U hebt hen bevrijd.
22:6 Tot U hebben zij geroepen en zij zijn gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.
22:7 Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen en veracht door het volk.
22:8 Allen die mij zien, bespotten mij; zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd en zeggen:
22:9 Hij heeft zijn zaak aan de HEERE toevertrouwd – laat Die hem bevrijden! Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is.
22:10 U bent het toch Die mij uit de buik hebt getrokken, Die mij vertrouwen gaf, toen ik aan mijn moeders borst lag.
22:11 Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af, vanaf de moederschoot bent U mijn God.
22:12 Blijf dan niet ver van mij, want de nood is nabij; er is immers geen helper.
22:13 Vele stieren hebben mij omringd, sterke stieren van Basan hebben mij omsingeld.
22:14 Zij hebben hun muil tegen mij opengesperd als een verscheurende en brullende leeuw.
22:15 Als water ben ik uitgestort, ontwricht zijn al mijn beenderen; mijn hart is als was, het is gesmolten diep in mijn binnenste.
22:16 Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; U legt mij in het stof van de dood.
22:17 Want honden hebben mij omsingeld, een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.
22:18 Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; en zij, zij zien het aan, zij kijken naar mij.
22:19 Zij verdelen mijn kleding onder elkaar en werpen het lot om mijn gewaad.
22:20 Maar U, HEERE, blijf niet ver weg; mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.
22:21 Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame ziel van het geweld van de hond.
22:22 Verlos mij uit de muil van de leeuw en van de horens van de wilde ossen. Ja, U hebt mij verhoord.
22:23 Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in het midden van de gemeente zal ik U loven.
22:24 U die de HEERE vreest, loof Hem; alle nakomelingen van Jakob, vereer Hem; wees bevreesd voor Hem, alle nakomelingen van Israël.
22:25 Want Hij heeft de ellendige in zijn ellende niet veracht en niet verafschuwd; Hij heeft Zijn aangezicht niet voor hem verborgen, maar Hij heeft gehoord, toen hij tot Hem riep.
22:26 Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente, mijn geloften zal ik nakomen in bijzijn van wie Hem vrezen.
22:27 De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden;  wie de HEERE zoeken, zullen Hem loven. Uw hart zal voor eeuwig leven.
22:28 Alle einden der aarde zullen eraan denken en zich tot de HEERE bekeren: alle geslachten van de heidenvolken zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.
22:29 Want het koningschap is van de HEERE, Hij heerst over de heidenvolken.
22:30 Alle groten der aarde zullen eten en zich neerbuigen. Allen die in het stof neerdalen en hun ziel niet in het leven kunnen behouden, zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.
22:31 Het nageslacht zal Hem dienen, en aan de Heere toegeschreven worden tot in generaties.
22:32 Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid verkondigen aan het volk dat geboren zal worden, want Hij heeft het gedaan.

Psalmen 62:
1 Een psalm van David, voor de koorleider, over Jeduthun.
62:2 Zeker, mijn ziel is stil voor God; van Hem is mijn heil.
62:3 Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn veilige vesting; ik zal niet al te zeer wankelen.
62:4 Hoelang bedenkt u nog kwaad tegen een man? U zult allen gedood worden; u zult zijn als een hellende wand, een instortende muur.
62:5 Zeker, zij beraadslagen om hem van zijn hoogte af te stoten. Zij scheppen behagen in leugen; met hun mond zegenen zij, maar in hun binnenste vervloeken zij.  Sela
62:6 Zeker, mijn ziel, zwijg voor God, want van Hem is mijn verwachting.
62:7 Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn veilige vesting; ik zal niet wankelen.
62:8 In God is mijn heil en mijn eer; mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God.
62:9 Vertrouw op Hem te allen tijde, volk; stort uw hart uit voor Zijn aangezicht. God is voor ons een toevlucht. Sela
62:10 62:2 Zeker, eenvoudigen zijn een zucht, aanzienlijken een leugen; in de weegschaal gewogen, zijn zij tezamen lichter dan een zucht.
62:11 Vertrouw niet op onderdrukking, stel geen ijdele hoop op roof. Als het vermogen toeneemt, zet er het hart niet op.
62:12 God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de kracht van God is.
62:13 Ook de goedertierenheid is van U, Heere, want U zult eenieder vergelden naar zijn werk.
 

Loading Player...

Deel deze pagina via

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Agenda

  • 17 12 2017
    samenkomst met Frans Voskamp 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 103:2-2
Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;