We moeten mee in de tijdstroom, maar niet met de tijdgeest

Datum:
Schriftgedeelte:
Obadja 1:1-1:21
Serie:
Spreker:
Hits:
2131
Toelichting:
Onder aan dit scherm kun je de preek downloaden of beluisteren.
Onderstaand verslag is ook te downloaden in pdf formaat

De kleine profeten - Obadja - P.A. Slagter - 20/12/2012 - Studie 4
 
De naam Obadja is opgebouwd uit Obed = knecht en jah = JHWH de Here, dus knecht van de Here.
Het thema van het boek Obadja is: De Here zal vergelden (aan Edom).
Het vergelden aan Edom heeft niet alleen in het verleden plaatsgevonden (iedere profetie heeft ook een historische context), maar het heeft ook een profetische lading voor de toekomst, zie Obadja 15 waar gesproken wordt over de dag des Heren (waar Zefanja uitvoerig over schrijft).
Er wordt gesproken van dreiging, vergelding en belofte. Zie Obadja 17 waar sprake is van ontkoming en Obadja 21 waar het gaat over het Koningschap van de Here. En zie Openb. 11:15, 17 waar het gaat over het aanvaarden van het Koningschap. Daniel zegt dat het koningschap de God des hemels toebehoort. Openbaring handelt over de dag des Heren, waar de profetie werkelijkheid wordt.
 
De profetie van Obadja bestaat uit 2 delen. Obadja 1:1-16, Het gericht over Edom en Obadja 1:17-21, de bevrijding en het herstel van Israël. Gericht en herstel komen in alle profetieën terug.
 
Edom betekent rood (Adama (Hebreeuws) = rode aarde). Ten tijde van de Here Jezus was dit Idumea (Grieks).
Het gebied van Edom lag ten zuiden van Juda/Jeruzalem, onder de Dode Zee in de richting van de woestijn. Het is het zuidelijke deel van Israël en Jordanië. Bekende plaatsen zijn Bosra; Teman; Seir, Petra. Het is een rotsachtig gebied. Zie Obadja 3.
 
De Edomieten traden met name op in de tijd na de inname/verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar. Edom had een vijandige houding, zie Klaagliederen en Ezechiel.
 
De Edomieten stammen af van Ezau, zie ook Obadja 8, 9.
Gen. 25:21-23, 30 Toen zei Ezau tegen Jakob: Laat mij toch slurpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moe. Daarom gaf men hem de naam Edom.
Ezau dat is Edom. Het is dus een broedervolk van Israël, zie Obadja 12.
Genesis 27:37 Izak antwoordde en zei tegen Ezau: Zie, ik heb hem heerser over jou gemaakt en al zijn broers heb ik hem als dienaar gegeven. Ik heb hem van koren en nieuwe wijn voorzien. Wat kan ik dan nog voor je doen, mijn zoon?
38 Daarop zei Ezau tegen zijn vader: Hebt u alleen maar deze ene zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau begon luid te huilen.
39 Toen antwoordde zijn vader Izak en zei tegen hem: Zie, van de vruchtbare streken van de aarde zal je woongebied zijn, en van de dauw van de hemel van boven.
40 Van je zwaard zul je leven en je broer zul je dienen. Maar als je tot macht komt, zul je zijn juk van je nek afrukken.
Dit is dus van toepassing op Edom. In vers 39 staat van de vruchtbare streken en van de dauw van de hemel, i.p.v. "van de" moet er staan "ver van de" (zie de NBG). Ezau/Edom heeft dus geen gezegende positie. In vers 40 komt naar voren dat zij onder de heerschappij van Jakob vandaan kunnen komen.
 
Genesis 27:41 Ezau haatte Jakob om de zegen waarmee zijn vader hem gezegend had, en Ezau zei in zijn hart: De dagen van rouw over mijn vader naderen; dan zal ik mijn broer Jakob doden.
Ezau haat Jakob en Edom haat Jakob. Dit alles heeft te maken met het plan van God. Het gaat om erfgenaamschap. Het gaat niet om de oudste. Niet Ismaël, maar Izak, niet Ezau, maar Jakob. De haat vloeit voort uit het feit dat de tegenstander van God hierachter zit, hij is het niet eens met de gang van zaken, het heeft alles een diepere dimensie.
 
De geschiedenis van Edom wordt gekenmerkt door het zwaard. De kleinzoon van Ezau/Edom is Amalek, zijn naam betekent waarschijnlijk 'uit op winstbejag'. Hij is een type van satan in zijn haat tegen het volk van God. Bileam zegt:
Numeri 24:17 Ik zal hem zien, maar niet nu; ik zal hem aanschouwen, maar niet van nabij. Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen; hij zal de flanken van Moab verbrijzelen en alle zonen van Seth vernietigen.
18 Edom zal bezit zijn en Seïr zal bezit van zijn vijanden zijn, maar Israël zal kracht uitoefenen.
19 Uit Jakob zal hij heersen; wie ontkomt uit de stad, zal hij ombrengen.
20 Toen Bileam Amalek zag, hief hij zijn spreuk aan, en zei: Amalek is de voornaamste van de heidenvolken, maar zijn einde is dat hij ten onder gaat.
De ster uit Jakob (vers 17) gaat over de komst van de Messias. Amalek is de voornaamste van de heidenvolken (vers 20) en is altijd een vijand van Israël geweest. Hij was de eerste vijand van Israël in de woestijn, zie Exodus 17. Mozes komt alleen tot overwinning als hij zijn handen uitstrekt naar de hemel (om hulp van de Here te verkrijgen) en als hij moe wordt, heeft hij hulp van zijn broeders nodig.
 
Exodus 17:16 Hij zei: Voorzeker, de hand op de troon van de HEERE! De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie!
De strijd houdt nooit op, maar is van generatie op generatie.
Dit zien we ook bij Haman, de Agagiet, de jodenhater, afstammeling van koning Agag, een koning van Amalek. Hij is van plan het hele volk Israël uit te roeien, het is hem niet gelukt. Ook hier is de diepere dimensie van de haat aanwezig, zoals dit ook in Efeze 6 naar voren komt in de wapenrusting, het gaat om machten en wereldbeheersers.
Efeze 6:12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
 
Ook nu zien we de haat van bijvoorbeeld Palestijnen en omliggende volkeren tegen Israël. Het heeft alles een geestelijke achtergrond.
In 2 Koningen 8 staat beschreven dat Edom het juk van Israël van zich af gooide (denk aan Gen. 27:10).
Psalm 137. In vers 7 staat dat de Edomieten die de val van Jeruzalem toejuichten, ten tijde van Nebukadnezar. Het volk Israël werd weggevoerd en Edom nam hun plaats in. Zij eigenden het gebied van de Here toe. Het is een erfeniskwestie.
Ten tijde van het optreden van de Here Jezus op aarde heette het gebied Idumea (Grieks) en was het onderworpen aan het Romeinse rijk. Koning Herodus (de grote), was een Edomiet. Zijn naam betekent godenzoon en de titel die hij had was "Koning der Joden". Vandaar dat hij geweldig schrok toen de wijzen uit het Oosten kwamen en vroegen waar de Koning der Joden geboren was. Zijn positie was in gevaar. Hij werd de moordenaar van Bethlehem. Hij deinsde nergens voor terug. Herodus de grote heerste in de tijd van de jeugd van de Here Jezus.
Herodus Antipas (= evenbeeld van de vader) volgde hem op en heerste ten tijde van de openbare bediening van de Here Jezus.
Pontius Pilates (=gewapend met een speer), was toen Romeins stadhouder. Hij was een onbarmhartig en onbuigzaam man. Hij werd gehaat door de Joden en door Herodus Antipas. Pilatus was aangesteld door de Romeinen en stond hoger dan Herodus.
Zij werden vrienden toen zij een gezamenlijke vijand kregen.
 
Handelingen 4:23 En nadat zij losgelaten waren, gingen zij naar hun eigen mensen en berichtten alles wat de overpriesters en de oudsten tegen hen gezegd hadden.
24 En toen zij dat gehoord hadden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God en zeiden: Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn,
25 en Die bij monde van David, Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat inhoudsloos is?
26 De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde.
27 Want, in waarheid, tegen Uw heilig Kind Jezus, Die U gezalfd hebt, zijn Herodes en Pontius Pilatus samen met de heidenen en de volken van Israël bijeengekomen,
28 om alles te doen wat Uw hand en Uw raadbesluit van tevoren bepaald had dat er gebeuren zou.
De apostelen zijn gevangen genomen en nadat zij vrijgelaten zijn, spreken zij het gebed uit. Het is een toepassing op Psalm 2 (die over de eindtijd gaat, de wederkomst van Christus). De heidenvolken die opstaan tegen de Here en zijn Gezalfde. Zowel Herodes en Pontius Pilatus (vers 27), een 'Jood' en een heiden, komen tegen de Here bijeen.
In de toekomst zal een leider uit de heidenen en een leider uit Israël opstaan. Het beest uit de (volkeren)zee en het beest uit de aarde. Het beest uit de aarde zal zich manifesteren als de plaatsvervanger van Christus, de valse profeet, de anti christus, die optreedt met het beest uit de zee.
 
In de hedendaagse tijd is Edom verdwenen. In 300 voor Christus is hun plaats ingenomen door de Nabateërs, afstammelingen van Nebajot (zoon van Ismaël).
 
In de eindtijd zal Edom hersteld worden.
Psalm 83:1-9  In vers 7 wordt Edom als eerste genoemd in de opsomming van heidenvolken. Wellicht dat zij een hoofdrol spelen in de toekomst. Het is een verbond van 10 volkeren, een 10-statenbond, zie ook Daniel en het boek Openbaring.
Psalm. 108:9-10,14 Op Edom zal ik mijn schoen werpen, een teken van vernedering.
Jesaja 34:4-5 De hemel zal oprollen als een boekrol (zie Openb. 6:14). Edom zal geoordeeld worden.
Adam is het hoofd van het menselijk geslacht, Edom is een type van de volkeren in het algemeen, zij staan op tegen Israël. In de 1e plaats gaat het om de volkeren in het Midden Oosten, maar in de eindtijd zullen alle volken tegen de Here strijden (zie Psalm 2). Alles is gericht op de uitroeiing van Israël, zelfs als de Here Jezus Zich als Koning manifesteert zullen zij nog optrekken tegen de Here. Dit komt door de haat en misleiding van satan. Openbaring 16:13-14 zegt dat er onreine geesten uit de mond van de draak, het beest en de valse profeet komen die de volken zullen verleiden. Ze zijn als het ware bedwelmd.
Jesaja 63:1-6 Edom staat voor de volkeren. Er zal wraak en verlossing zijn.
In de eindtijd komt Babel naar voren. Daniel 11:40-42 Babel zal het Sieraadland (Israël) binnenvallen. Edom zal ontkomen, wellicht omdat hij het op een akkoordje gooit met Babel. Er zal een koning opstaan in de eindtijd (het beest uit de zee). Michael zal echter opstaan om te strijden voor Gods volk (Daniel 12).
 
Terug naar Obadja
In vers 2 Ik maak u klein onder de volkeren, denk aan de vernedering van satan, zoals beschreven in Jesaja 14 en Ezechiel 28.
Petra is de hoofdstad van de Nabateërs, die hier van 300 voor Christus tot 106 na Christus woonden. De stad werd ingenomen. Wellicht dat Petra in de eindtijd weer betekenis krijgt als het volk in de woestijn verzameld wordt en God een verbond met hen sluit en de Meerdere van Jozua hen weer het beloofde land in leidt.
Vers 6 en 7  Edom sluit een bondgenootschap, maar wordt verraden door zijn 'vrienden'. De satan staat niet in de waarheid, hij is namelijk de vader van de leugen. Satan heeft geen vrienden!
vers 11 Edom heeft leedvermaak over Israël
vers 15 de dag des Heren komt over alle heidenvolken
vers 16 Het oordeel
vers 17 De berg Sion is het beeld van de heerschappij van God, de berg die noordelijker ligt, is Moria. Er zal ontkoming zijn, zie Joel 2:32
Vers 18 Het oordeel over de vijanden
Vers 21 Verlossers zijn eigenlijk de leiders, de rechters net zoals in het boek Richteren, zij die over Israël waren aangesteld.
 
Recapitulerend:
In de eindtijd zal Edom weer bestaan, zij zullen zich veilig voelen, maar ze zijn misleid en worden verraden. Israël zal Edom oordelen, het in bezit nemen en uiteindelijk de heerschappij over alle volken hebben. Denk hierbij aan Exodus 19:6, dan zullen zij een koninkrijk van priesters zijn, een heilig volk. Er wacht nog een geweldige toekomst.
 

 
Loading Player...

Deel deze pagina via

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Agenda

  • 17 12 2017
    samenkomst met Frans Voskamp 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 103:2-2
Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;