Vrees klopte aan de deur, Geloof deed open. Er was niemand.

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
De vragen van Job
door Ronald Lammers uit: Amen 10
 
Lijden. Het komt dikwijls onverwacht. Het lijden doorkruist de plannen die we maken. Onze levensverwachting wordt heel anders. Waar staan we nu? Wat is nu de waarde van ons geloof? Blijven we vertrouwen in een almachtige en goede God? Hoe gaan we ermee om? Er is een eeuwenoud verhaal dat in zijn betekenis nog niets aan waarde heeft ingeboet! Een verhaal van een man die heel lang geleden heeft geleefd. En die met dezelfde vragen zat als wij! Wij volgen in deze les zijn vragen en proberen een antwoord te vinden.
 
HET BOEK JOB
A. 1:1-5 Introductie; Het verhaal (begin)
.... B. 1:6-2:10 Satans aanval. Job verliest alles, behalve zijn leven
......... C. 2:11-13 De aankomst van de drie vrienden
.............. D. 3:1-31:40 Job en zijn vrienden
................... E. 32:1-37:24 De bediening van Elihu: de bemidde­laar
.............. D. 38:1-42:6 Job en Jahweh (de HEERE)
........ C. 42:7-9 Het vertrek van de drie vrienden
.... B. 42:10-13 Satans neder­laag. Job gezegend met het dubbele
A. 42:14-17 Conclusie; het verhaal (einde)
 
Hierboven vinden we de indeling of de structuur van het boek Job. Een structuur maakt het ons makkelijker een boek te begrij­pen. Het is achtergrondinformatie die we nodig hebben wanneer we zelf dit boek willen gaan bestuderen.
 
In dit artikel volgen wij de vragen van Job. Omdat deze vragen te midden van het lijden dat ons overkomt heel herkenbaar (zullen) zijn. Om het een beetje overzichtelijk te houden, heb ik geprobeerd een samenvatting te maken in drie vragen. Deze studie mag dan ook gezien worden als een inleiding op het boek Job! De drie vragen zijn:
 
1.   Wat is de zin van mijn leven als dat wordt overscha­duwd door het lijden?;
2.   Wat heb ik gedaan dat mij dit moet overkomen? en
3.   Waarom geeft God geen antwoord op mijn vragen?
 
In de structuur van het boek Job zien we dat Elihu een belangrijke plaats inneemt. Hij vormt de schakel in het verhaal. Hij vat de antwoorden van de drie vrienden van Job samen en vormt de overgang naar het antwoord dat God Zelf geeft op het lijden van Job. Hij is de bemiddelaar tussen de grote God, Jahweh, en de kleine mens, Job. Daarin is hij een beeld van de Heere Jezus Christus, de Middelaar tussen God en mensen! En het ant­woord op het lijden van ieder mens! De naam Elihu betekent: God is Hij!
In de eerste twee hoofdstukken lezen we Jobs geschiedenis. Centraal staan daarin de twee gesprekken die God heeft met satan en de reactie van Job! In hoofdstuk 3-42:6 lezen we in dichterlijke taal de gesprekken tussen Job en zijn drie vrienden, de rede van Elihu en Gods spreken met Job. Daarna zien we de afloop van de geschiedenis van Job.
 
1. Wat is de zin van het leven?
De eerste vragen van Job kunnen worden samengevat in één vraag: "Wat is de zin van mijn leven als dat wordt overscha­duwd door het lijden?"
 
De eerste 'waaroms' van Job zijn heel menselijk. Het is een emotionele reactie op zeer diep ingrijpende gebeurtenissen in zijn leven. Hij verloor in één klap zijn bedrijf (knechten en vee) en zijn kinderen en vervolgens werd hijzelf ook getroffen door boze zweren van top tot teen. Hoewel hij grote dingen zei (hfdst. 1:21 en 2:10), veroorzaakten deze dramatische gebeurtenissen een diepe depres­sie. Dit wordt verwoord in vier 'waaroms' (hfdst. 3:11, 12, 20 en 23).
In hoofdstuk 3:23 staat (vrij vertaald): Waarom wordt een mens geboren als God hem een uitzichtloos leven geeft waaruit geen ontsnapping mogelijk is? Job had liever willen sterven bij zijn geboorte dan een, naar zijn gevoel, zinloos leven te leiden.
Is het leven zinloos als het wordt overschaduwd door het lijden? Als ziekte onze plannen voor het leven doorkruisen? Als we vrienden, van wie we houden, moeten verliezen door een ongeluk, door ziekte, enz. Wat is voor ons de zin van het leven?
 
Job ervoer zijn lijden als uitzichtloos. Een web waarin hij was gevangen en van waaruit geen ontsnapping mogelijk was. Hij wilde wel sterven, maar hij bleef in leven. Zijn vrienden gaan dan proberen antwoorden te geven op zijn lijden. Maar die antwoorden verzwaren alleen zijn last. Zij zijn niet werkelijk troostvol. Het zijn antwoorden van 'gelovigen' die Gods recht­vaardigheid niet kunnen rijmen met het lijden van Job. Dit kan twee dingen betekenen. Ten eerste: God is niet rechtvaardig en laat mensen willekeurig lijden of, ten tweede, Job zal wel iets gedaan hebben dat hij dit lijden verdient. Want dan kan God rechtvaardig blijven!
 
Dit zijn gedachten waar wij zelf ook dikwijls mee zitten, als wij eerlijk zijn. Wij vinden het zeer moeilijk om Gods liefde te rijmen met het lijden dat ons of anderen overkomt. Er zijn mensen die gezegd hebben: 'Wij moeten kiezen tussen een Almachtig God die niet goed is, of een goede God die niet Almachtig is'. Gods Woord gaat er echter vanuit dat we beide moeten leren aanvaarden in geloof!
 
Schuld en on­schuld
Naarmate de hoofdstukken vorderen, worden de gesprekken van de drie vrienden steeds grimmiger. Het betoog van Elifaz, Bildad en Sofar komt eigenlijk steeds op hetzelfde neer. God beloont het goede en straft het kwade. Dus Job, als je zo moet lijden, zul je wel ergens een verborgen zonde hebben zitten, die je moet belijden aan God. Je zult ergens in je hart wel een goddeloze zijn. Hoewel de drie vrienden 'niet recht spraken van God' (Job 42:8) waren hun gedachten niet allemaal fout. Alleen werden deze gedachten uitgesproken op de verkeerde mo­menten. Wan­neer iemand vreselijk moet lijden en wij komen aan met: "Je zult wel iets gedaan hebben waardoor je dit verdient", werkt deze 'ver­troos­ting' als een dolksteek in zijn of haar vertwijfelde hart! Job echter verschilde in zijn denken niet veel van zijn 'vrienden'. Ook hij geloofde in een God die het goede beloont en het kwade straft. Maar de drie vrienden legden de nadruk op zijn schuld en hijzelf op zijn onschuld. Althans, hij vond niet dat zijn lijden een juiste straf was op zijn zonden. Het stond niet meer in een juiste verhouding! Hieruit bleek dat ook Job God nog niet echt kende. Later zegt hij dat ook in hoofdstuk 42:5: "Alleen door het luisteren met het oor had ik U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien".
 
2. Waarom moet mij dit overkomen?
In de gesprekken met zijn vrienden zien we een tweede kernvraag van het boek Job namelijk: "Wat heb ik gedaan, dat mij dit lijden moet overkomen?"
 
In hoofdstuk 7:20 zegt hij verbitterd tegen de Heere: "Heb ik gezondigd? Wat moet ik voor U doen, Bewaker van de mens? Waarom hebt U mij als doelwit voor U gezet, zodat ik mezelf tot een last ben?"
Het is alsof Job zegt: "Het is onrechtvaardig van U God, dat ik zo moet lijden. Het lijkt wel of U mij als doelwit gebruikt om voor mij niet te begrijpen redenen. Als ik er iets van zou snappen zou ik het nog kunnen accepteren!"
Wat vind je van deze uit­spraak? Is het lijden draaglijker voor ons als we zouden kunnen begrijpen wat Gods doel ermee is?
 
Job ging geloven dat zijn schuld, als die de oorzaak zou zijn van zijn lijden, niet vergeven was. In hoofdstuk 7:21 zegt hij: "Waarom ver­geeft U mijn overtreding niet? En doet U mijn ongerechtig­heid niet weg?" Tja, als dat zo is, waarom zou je je nog inspan­nen om het goede te doen? Dit lijkt de inhoud van zijn vraag in hoofdstuk 9:29: "Ik zal toch schuldig verklaard worden; waarom zou ik mij tevergeefs afmatten?"
God beloont het goede met het kwade. Hij is niet rechtvaar­dig. Als Hij dat wel is, zou ik de zaak met Hem kunnen uitpraten. "Er is geen scheidsrechter tussen ons, die zijn hand op ons beiden kan leggen" (hfdst. 9:33).
Al denkende en pratende open­baart zich de wanhoop in het hart van Job. Vraag op vraag komt in zijn hart boven. Hij wil God zo graag begrijpen. Maar het lukt hem niet. In hoofdstuk 10:2 zegt hij: "Ik zal tegen God zeggen: Verklaar mij niet schuldig; laat mij weten waarover U mij ter verantwoording roept". En als God blijft zwijgen, is zijn emotionele reactie van het eerste uur veranderd in bitterheid, wat de depressie zwaarder maakt (hfdst. 10:18).
 
Wij willen blijven geloven in een liefdevolle God, want zonder Zijn liefde zouden we niet kunnen leven. Wij willen ook geloven in een God die we kunnen vertrou­wen. Maar als het lijden altijd een straf is op onze persoon­lijke zonden, hoe zouden we dan kunnen geloven in Gods verge­ving? Of geloven wij ook dat het bewijs van Gods vergeving is dat wij niet meer ziek worden of dat ons op geen enkel front meer iets kan overkomen? Is ons beeld van God dan niet net als die van Job? Of moeten we uitkomen bij een God die meelijdt, maar niet in staat is het nu van ons weg te nemen. Maar als God het niet in de hand heeft, hoe kan ik Hem dan mijn leven toevertrouwen? Dan ben ik toch overgeleverd aan allerlei kwade machten, die mij maar kunnen bespringen zonder dat er iemand borg voor mij staat? Is het niet zo dat wij pas werkelijk rust vinden als wij leren te geloven en te vertrouwen dat God van ons houdt en dat Hij alles in Zijn hand heeft?
 
3. Het zwijgen van God
Het liefst zou Job een rechtszaak willen openen waarin God de Rechter én de Aangeklaagde zou zijn. In deze rechtszaak zou Job zijn vragen aan de Rechter willen voorleggen. Zijn vragen die dikwijls ook onze vragen zijn. Bijvoorbeeld hoofdstuk 21:7 "Waarom leven de goddelozen, worden zij oud en wordt zelfs hun vermogen groot?" Je zou toch kunnen verwachten dat de goddeloosheid wordt bestraft. Ja, dat het lijden over hen moet komen. Zij hebben het immers verdiend!
God blijft echter zwijgen. En Job blijft klagen. In hoofdstuk 21:4 staat: "Wat mij betreft, is mijn klacht tot een mens gericht? Maar al zou het zo zijn, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?" Job wacht op antwoord, maar krijgt die niet. En de antwoorden die de drie vrienden hem geven, brengen hem geen stap verder! Job vindt dat God de rechtszitting zou moeten openen, om naar Jobs verweer te luisteren. Hij zegt in hoofdstuk 24:1 "Waarom zijn de tijden niet verborgen voor de Almachtige, terwijl zij die Hem kennen, Zijn dagen niet zien?"
 
Als wij eens vijf minuten oog in oog met Hem zouden staan en Hem onze vragen zouden kunnen voorleg­gen. Wat zou je Hem dan willen vragen?
 
Het derde deel van Jobs vragen komt in feite op één grote vraag neer: 'Waarom geeft God geen antwoord op mijn vragen?'. Maar, doet God dat niet? Als wij het boek Job lezen, gaat God toch met hem spreken? Dit doet Hij nadat Elihu over God heeft gesproken. En zijn woorden maken zoveel indruk op Job dat hij geen verweer (meer) heeft. Elihu leidt Job in strenge, vermanende en liefdevolle woorden naar de grootheid van God. De God die weet wat Hij wil, doet wat Hij wil en uitein­delijk alles ten goede leidt naar Zijn wil!
 
De middelaar
Elihu geeft antwoord op de vraag van Job waarom God geen antwoord geeft. Hij zegt: "Waarom heb je Hem ter verantwoording geroepen? Hij legt immers van geen van Zijn daden verantwoording af. Want God spreekt één of twee keer, maar men slaat er geen acht op" (hfdst. 33:13 en 14). Het hele probleem is dat Job niet inzag hoe God antwoordt. En wat Zijn antwoorden zijn. Hoe spreekt God dan? In Job 33 zien we een paar voorbeelden:
1. Door de mens onrustig te maken in zijn gewe­ten als hij heeft gezon­digd (hfdst. 33:15-18).
2. Door de mens te bepalen bij een Middelaar die het voor de mens opneemt als hij door ziekte ernstig moet lijden (hfdst. 33:19-28). Deze ziekte kan een door God gezonden vermaning zijn voor de mens.­ Maar met de vermaning komt ook de Middelaar!
God is dus wel degelijk betrok­ken bij ons doen en laten. Soms overkomt ons inderdaad een vorm van lijden waarin we worden vermaand (hfdst. 36:15 en 16). Waardoor we ons bewust worden van een zondige levens­wandel. Soms is dit lijden regelrecht een gevolg van een zondige levens­wandel (denk bijvoorbeeld eens aan AIDS, dikwijls gevolg van een seksueel losban­dig leven). Maar God wil altijd ons herstel. Maar dit herstel ligt niet direct in het beter worden, maar in het kennen van Zijn Zoon. En daarom zien we in deze verzen (hfdst. 33:19-28) de Heere Jezus, Gods boodschapper uit de hemel, Gods voorspraak, de Verlosser!
Als wij ons lijden niet kunnen thuisbrengen, ligt onze troost ook in het kennen van de Heere Jezus. Want in het kennen van Hem ligt ook een geweldige belofte, opgetekend in Zijn Woord, namelijk dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede (Rom. 8:28). Zelfs de dingen die we niet begrijpen! Zelfs de kwade dingen. Zelfs de onrecht­vaardige dingen die ons worden aangedaan! Alle dingen zijn immers alle dingen!
 
Met dit laatste hebben wij het dikwijls zeer moeilijk. Want we worden hierin uitgedaagd God te vertrouwen. Misschien helpt het ons als we zien op de Heere Jezus die in de hoogste openba­ring van de liefde Gods voor zondige mensen uitriep: "Mijn God, mijn God, WAAROM hebt U mij verla­ten?".
 
God is groot en goed
Job moet uitkomen bij een God die Almachtig is en van hem houdt. Dat houdt Elihu hem ook voor: "Zie God is machtig, maar Hij veracht niets (heeft Hij van niemand een afkeer). Machtig is de kracht van Zijn hart (Zijn inzicht en begrip zijn volmaakt)" (hfdst. 36:5). God is zo wijs en zo vol liefde dat Hij uit het kwade dat op ons afkomt toch het goede voort laat komen. Hij laat het medewerken. Maar omdat Zijn tijd anders is dan onze tijd zien we dat goede niet direct en moeten we er misschien wel ons leven op wachten. Intussen vraagt God: Wil je mij vertrou­wen? Dat moeten wij, net als Job, leren. God is veel groter dan wij! In de Psalmen staat geschreven: "Meent niet dat Ik ben als U". Hij weet wel precies wat er in ons omgaat omdat Hij in Zijn Zoon mens is geworden en onder ons heeft gewoond. Daarom kan Hij ons in ons lijden te hulp komen. Job werd aangemoedigd ook deze grote God te zien en Hem te prijzen: "Zie, God is hoogverheven door Zijn kracht; wie is een Leraar als Hij? Wie heeft Hem Zijn weg voorgeschreven? Of wie heeft gezegd: U hebt onrecht gedaan? Denk eraan dat je Zijn werk groot maakt, dat de mensen bezingen. Alle mensen zien het; de sterveling aanschouwt het van verre. Zie, God is groot, en wij begrijpen Hem niet; het getal van Zijn jaren is niet te doorgronden" (hfdst. 36:22-26).
 
Wij kunnen samen met Job deze God niet begrijpen. Maar iemand heeft eens gezegd: 'Gods hande­len met ons is altijd liefde, zelfs als wij Hem niet begrijpen'.
 
Ten slotte
Als God Zelf gaat spreken tot Job is Zijn antwoord niet 'daarom' maar 'Wie'! En God laat Job zien hoe groot en machtig Hij is. En als Job tenslotte heeft ingezien dat Hij God ten onrechte had beschul­digd van onrechtvaardigheid en willekeur, en belijdenis heeft gedaan van zijn opstand, ont­vangt Hij van God het dubbele terug wat hij heeft verloren.
 
Zo belooft God ons ook een geweldige toekomst met Christus waar we in overeenstemming met ons lijden heerlijkheid ontvangen. In dit leven zien we dat niet. We moeten leren wachten op Zijn komst en ons oefenen in vertrou­wen. Zijn we bereid om onze levenswissel te aanvaarden en het in Gods handen te leggen en de vragen bij Hem te laten?
 
Uiteindelijk is het boek Job geen beschrijving van Gods strijd met satan. Want hij raakt in dit boek geheel op de achtergrond. Maar het leven dat Job werd terugge­geven na zijn lijden heeft satan moeten beschamen. De heerlijk­heid die wij nu reeds van God hebben ontvangen (in het verborgene, vgl. Efe. 1:22 en 23; 3:10 en Kol. 3:3) en straks zichtbaar zal worden (vgl. Efe. 2:7 en Kol. 3:4) zal tot een eeuwige beschaming zijn van satan.
Met God mogen wij immers verze­kerd zijn van een goede afloop in Zijn heerlijkheid, waar wij (dit is geen sprookje!), lang en gelukkig mogen leven!
 

Deel deze pagina via

Darwin

Darwin: een aanhanger van Johannes van Helmond?Johannes van Helmond leefde rond begin 1600 en schreef een recept voor het maken van muizen: als je oude lappen en graan in een vat stopt en wegzet op een zolder of in een schuur, dan zullen na verloop van tijd vanzelf muizen ontstaan. Het was een wetenschappelijk experiment en herhaalbaar met telkens hetzelfde resultaat. Ook vandaag de dag kan je hetzelfde experiment herhalen met nog steeds dezelfde resultaten.  Het was Louis Pasteur die drie eeuwen later, aan het einde van de 19e eeuw, aantoonde dat het spontaan ontstaan van muizen (en leven), onzin was... totdat de evolutietheorie de kop op stak, met haar bewering dat in een ver verleden spontaan leven ontstaan is uit een levensloze massa... Ik denk dat Darwin een aanhanger was van Johannes van Helmond ... ;) (overgenomen uit Bijbelvast onderwijs)                       

Even een vraag

Heb je vertrouwen in het nieuwe kabinet?

Volg ons via twitter @egkaleo

Amen

Veel bijbelstudies op onze site
komen van bijbelmagazine Amen.
Meer weten over dit unieke blad
kijk dan snel op amen.nl

Abonneer je op Amen

Agenda

  • 22 10 2017
    samenkomst met Frans Voskamp 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Psalmen 119:11-11
Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.