Twee dingen tegelijk doen is geen van beide doen

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Alles is ijdelheid! - Deel 16 – Geniet van de jeugd (Pred. 11:9-12:1)

uit: AMEN 103, pagina 8
Sebastiaan de Graaf
Het boek Prediker spreekt over het leven ´onder de zon´ en leert ons dat de mens slechts tot zijn doel kan komen in afhankelijkheid van God.

Prediker 11:9-12:1

"Verblijd u, jongeman, in uw jeugd, en laat uw hart vrolijk zijn in de dagen van uw jeugd. Ga in de wegen van uw hart en volg wat uw ogen zien, maar weet dat God u over dit alles in het gericht zal brengen. Weer dus de wrevel uit uw hart, en doe het kwade weg uit uw lichaam. De jeugd en jonge jaren zijn immers een zucht. Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen waarvan u zeggen zult: Ik vind er geen vreugde in."

Je bent jong en je wilt wat

"Je bent jong en je wilt wat" is een Nederlands gezegde waar menig orthodox christen zich niet in kan vinden. Voor hen staat het 'wat willen' synoniem voor je te buiten gaan aan allerlei zaken die niet overeenkomstig de Bijbelse boodschap zijn. Toch is het juist dit gezegde waar hier in Prediker 11 en 12 goedkeuring aan wordt verleend: "Verblijd u, jongeman, in uw jeugd, en laat uw hart vrolijk zijn in de dagen van uw jeugd" (Pred. 11:9). Prediker roept hier op tot levensvreugde voor de mens in de bloei van zijn leven. Het is de mens die nog niet oud geworden is en nog niet aan het aftakelen is overeenkomstig het vervolg van Prediker 12, waar de ouderdom beschreven wordt als dagen waar men geen vreugde in vindt.

De oproep tot levensvreugde in Prediker 11 staat niet op zichzelf. Het is namelijk al de zevende keer dat Prediker hiertoe aanspoort:

1 Hs. 2:24-25 "Is het dan niet goed voor de mens dat hij eet en drinkt en zichzelf in zijn zwoegen het goede laat genieten (…) Wie eet en wie geniet er immers meer van dan ikzelf?"
2 Hs. 3:12-13 "Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven, ja ook, dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn zwoegen. Dat is een gave van God."
3 Hs. 3:22 "Zo heb ik ingezien dat er niets beter is dan dat de mens zich verblijdt in zijn werken, want dat is zijn deel."
4 Hs. 5:18-19 "Ook elk mens aan wie God rijkdom en bezittingen geeft en toestaat om daarvan te eten en zijn deel ervan te nemen om zich in zijn zwoegen te verblijden, dat is een gave van God. Ja, hij zal niet veel meer denken aan zijn levensdagen, want God verhoort hem in de blijdschap van zijn hart."
5 Hs. 8:15 "Daarom prees ik de blijdschap, omdat de mens niets beters heeft onder de zon dan te eten, te drinken en zich te verblijden. Dat zal hem immers vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon."
6 Hs. 9:7-10 "Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken (…) Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt (…)."
7 Hs. 11:9 "Verblijd u, jongeman, in uw jeugd, en laat uw hart vrolijk zijn in de dagen van uw jeugd."

Stress in de bloei van het leven

Wij kunnen dus gerust stellen dat men mag genieten van de jaren waarin men fysiek en mentaal het sterkst is. Opmerkelijk is trouwens dat in deze tijd het juist die jaren zijn die vaak het meeste stress kennen. Gezin, carrière, sociaal leven en hobby's op het hoogste niveau bedrijven, zorgt bij veel mensen zo tussen de 20 en de 50 voor heel veel stress en weinig levensvreugde. Hoe dit komt, wordt duidelijk wanneer wij het vervolg van dit gedeelte lezen. Veel jongere mensen gaan in de wegen van hun hart en volgen wat hun ogen zien (Pred. 11:9b) zonder daarbij rekening te houden met God, hun Schepper. Of zoals de laatste woorden van Prediker 11:9 en de eerste woorden van Prediker 12:1 stellen: "…maar weet dat God u over dit alles in het gericht zal brengen (…) Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd…"

Twee belangrijke principes om te kunnen genieten

Twee zaken worden hier genoemd waar wij ook in deze tijd in zekere zin wat van kunnen leren:
  1. Wij dragen verantwoordelijkheid tegenover God voor wat wij doen met ons leven. De orthodoxe christen zal in dit geval zeggen dat je de begeerten van de jeugd moet ontvluchten (2 Tim. 2:22). Dat is inderdaad één kant van de medaille. Echter, wordt er in Prediker niet gewoon bedoeld dat God het ons gegeven heeft om in afhankelijkheid van Hem te genieten? Dat komt dan ook overeen met het vervolg van 2 Timotheüs 2:22: "Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na, samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart." Als je op deze wijze in de wegen van je hart gaat en volgt wat je ogen zien, dan geniet je niet van wellust, maar dan geniet je van de weldaad die God in Zijn Schepping en Woord aan ons gegeven heeft.
  2. Wij zijn Gods eigendom, omdat wij door Hem geschapen zijn. Dit basale gegeven kan ons niet anders dan laten concluderen dat ons bestaan als schepsel slechts zin heeft als het overeenkomstig de bedoeling van onze Schepper is. Een klok die niet loopt, een vliegtuig dat niet vliegt en een auto die niet rijdt, voldoen niet aan de bedoeling van hun ontwerper en zijn nutteloos in het gebruik. Een schepsel dat zijn Schepper niet erkent en Diens bedoeling zoekt is bijna net zo nutteloos. Het enige nuttige aan zo iemand is dat je er aan kunt zien hoe de mens niet bedoeld is.

Rust in Hem

Wie deze twee principes gaat verstaan, die weet dat zijn leven op voorhand zin heeft en hoeft deze zin dan ook niet meer krampachtig en rusteloos te zoeken. Je mag rust vinden in de wetenschap dat je een Schepper hebt. Die Schepper heeft zin aan je leven gegeven. En als jij het zelf allemaal even niet meer weet, wil Hij je in zeker mate antwoorden geven over hoe je verder kan gaan in je leven. Of je anders in ieder geval de rust geven om de omstandigheden die je in het leven overkomen te dragen.
Daarbij hoeven wij niet meer te presteren voor ons behoud, maar mogen wij presteren vanuit ons behoud. De hemel is binnen handbereik. De vraag is echter hoe wij de weg er naar toe bewandelen. Die verantwoordelijkheid geeft onze Schepper ons.

Een gezonde geest in een gezond lichaam

Wij gaan weer even terug naar het genieten, want dat is toch waar het hier om gaat in dit gedeelte. Wij kunnen dus concluderen: God heeft het ons gegeven om in afhankelijkheid van Hem te genieten van het leven, wanneer de omstandigheden dit toelaten. Prediker 11:10 gaat hier ook nog verder op in, waar dan staat: "Weer dus de wrevel uit uw hart, en doe het kwade weg uit uw lichaam. De jeugd en jonge jaren zijn immers een zucht." Wat wordt met deze woorden bedoeld?
Het weren van de wrevel uit het hart staat tegenover het verblijden waar vers 9 mee begint. Het gaat er hier om dat de jonge jaren het in zich hebben om weinig met verdriet geconfronteerd te worden.
Natuurlijk heb je dit niet altijd in de hand. De realiteit is dagelijks om ons heen te zien. Ook jonge mensen lijden soms onder verliezen, depressies, zorgen en tegenslag. Prediker laat hier ook ruimte voor wanneer hij in Prediker 9:11 stelt dat tijd en toeval allen treft. Maar als je niet getroffen wordt door ellende in het leven, geniet dan ook van het goede en probeer het zo mogelijk in stand te houden.

In het verlengde van het weren van de wrevel uit het hart, vinden wij het weg doen van het kwade uit het lichaam. Het eerste heeft betrekking op een gezonde geest, het tweede op een gezond lichaam. Het kwade dat geweerd wordt, ziet op ziekte en aftakeling, zoals wij dat ook in Prediker 12:1 tegen komen, waar gesproken wordt over de kwade dagen. Die kwade dagen kenmerken zich door het lichamelijke verval als gevolg van ziekte en ouderdom. Kenmerkend voor de jonge jaren is dus een gezonde geest in een gezond lichaam. Maar net zoals er geen garantie bestaat voor een geest zonder zorgen, zo bestaat er ook geen garantie voor een lichaam zonder kwalen. Ook jonge mensen zijn soms ziek, gehandicapt of sterven zelfs vroeg. Het is de tijd die en het toeval dat hun niet goed gezind is. Toch moeten wij daardoor ook hier niet voorbijgaan aan de boodschap van dit vers dat oproept om in de jonge jaren van het leven te genieten van je gezondheid en deze ook zo mogelijk in stand te houden.

Samengevat kunnen wij stellen dat Prediker 11:10 ons leert om onze fysieke en mentale vitaliteit te koesteren en hier dankbaar voor te zijn. Als gelovigen hoeven wij niet zwaarmoedig te zijn als hier geen reden voor is of onszelf lichamelijk te verwaarlozen terwijl wij kerngezond zijn. Wij mogen in dankbaarheid genieten van iedere goede en mooie dag die wij hebben. Of zoals in Prediker 9:8 staat (één van de zeven teksten uit Prediker over 'genieten'): "Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken."

De jeugd is eindig

Toch moeten wij niet vergeten wat er aan het einde van Prediker 11:10 staat geschreven: "De jeugd en jonge jaren zijn immers een zucht." De jeugd en jonge jaren zijn om voor men het weet.
Vraag het maar eens aan de ouderen onder ons. Voor hen zijn vaak de jonge jaren – die al tientallen jaren achter hen liggen – als was het gisteren. De jeugd gaat voorbij, de mens wordt oud en sterft en dat was het dan. Dat is ook de boodschap die wij verkapt in dit vers terug vinden. In het Hebreeuws staat voor "jonge jaren" letterlijk 'zwartheid'. Dit ziet op de gebruikelijke haarkleur van de jonge mens in het Midden-Oosten. In Prediker 12:5 zien wij dat dit zwarte haar wit wordt, wat omschreven wordt als een amandelboom die gaat bloeien. Het is dus de zwartheid die voorbijgaat en verandert in witheid. Toch spreekt er uit die witheid uiteindelijk wel ergens een verwachting, maar daar staan wij de volgende keer bij stil.

Wanneer wij hier zo over nadenken, kunnen we niet anders zeggen dan dat wij op zich genomen voor niets leven en genieten. Dat is ook wat Prediker hier bedoelt te zeggen. Het leven is – op zich genomen – een zucht en eindigt met een zucht.

Er is hoop…

Toch is er meer dan dat, wanneer wij verder lezen in Prediker 12. Voor wie God als Zijn Schepper erkent en in Zijn afhankelijk leeft, geniet en verantwoordelijkheid draagt, eindigt het niet met dit leven, maar gaat het verder na de dood. In Prediker gaat deze weg langs het gericht (Pred. 12:14). Voor ons leidt deze weg tot de genadetroon, waar ons leven met Christus verborgen is in God (Kol. 3:3). Dat is een vooruitzicht waar wij nu al van mogen genieten, of je nu jong bent of oud, vitaal of afgetakeld. Er is hoop! Laten wij daar de Heere voor danken en tegelijkertijd genieten van het goede dat Hij ons heeft gegeven in deze schepping.

Deel deze pagina via

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Amen

Veel bijbelstudies op onze site
komen van bijbelmagazine Amen.
Meer weten over dit unieke blad
kijk dan snel op amen.nl

Abonneer je op Amen

Agenda

  • 17 12 2017
    samenkomst met Frans Voskamp 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Efeze 5:20-21
Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus; Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods.