Als je kunt lachen om jezelf, heb je eindeloos veel lol

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Alles is ijdelheid! - Deel 17 - In de bloei van de ouderdom (Pred. 12)

uit: AMEN 104, pagina 8
 
Sebastiaan de Graaf
Het boek Prediker spreekt over het leven ´onder de zon´ en leert ons dat de mens slechts tot zijn doel kan komen in afhankelijkheid van God.
'Ouderdom komt met gebreken', zo luidt een bekend gezegde. In Prediker 12 vinden wij dezelfde boodschap, maar dan in verschillende uitvoerige beeldspraken die de ouderdom prachtig beschrijven. Het doel van deze weergave is om hen die nog jong zijn er toe aan te zetten vroeg in hun leven verantwoordelijkheid te nemen in het dienen van God. Immers, als je jong en vitaal bent, gaat dit makkelijker dan wanneer je oud en krakkemikkig bent. Uiteindelijk is het namelijk zo dat ieder mens verantwoordelijkheid tegenover God heeft af te leggen: "Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij kwaad." Prediker leert ons dus niet slechts dat de ouderdom met gebreken komt, maar ook dat het van belang is om, voordat die ouderdom intrede doet, je leven in dienst van de Heer te stellen.

Verval van het lichaam - Prediker 12:1-8

In de verzen 1-7 van Prediker 12 zien wij een weergave van de ouderdom zoals geen enkel mens hem wenst te beleven, maar zoals deze zich wel vaak voordoet.
Prediker begint in vers 1 met over de ouderdom te zeggen dat dit de 'kwade dagen' zijn en de jaren waarvan men zegt dat er geen vreugde in te vinden is. Dat zijn niet bepaald opbeurende woorden. Het is vanuit dit perspectief ook wel enigszins te begrijpen dat sommige mensen uit alle macht proberen de ouderdom uit te stellen. Vaak door allerlei jeugdige activiteiten te ondernemen, maar soms ook door aan hun lichaam te laten sleutelen om er jonger uit te zien. Ook zijn er mensen die simpelweg ontkennen dat zij oud zijn. Zo was mijn (ondertussen overleden) oma van ruim negentig zeer beledigd dat zij 'ouwe oma' door de achterkleinkinderen werd genoemd, met als reden dat zij ´helemaal nog niet oud was´. Haar buurvrouw van twee jaar ouder, die was pas oud, maar zij niet, zo stelde zij. Oma had ook moeite om het naderende einde onder ogen te zien en wilde hier ook niet over praten. Dat is trouwens in zijn algemeenheid iets wat kenmerkend is voor de mens die het-ouder-worden ontkent. Als je niet denkt aan de dood, dan ga je niet dood, zo redeneert men veelal. Toch weten wij allemaal beter en zijn de laatste dagen van menig oudere kwade dagen met weinig vreugde. 

Vers 2
Prediker gaat verder met zijn beschrijving van 'de kwade dagen waarin men geen vreugde vindt'. Op deze dagen wordt de zon verduisterd, evenals het licht van de maan en de sterren. Daarbij keren de wolken na de regen terug. Wat Prediker hier beschrijft zouden heel goed de winterstormen kunnen zijn zoals die in Israël woedden. Deze gingen gepaard met hevige, soms dagenlange regenval en donker weer. De ouderdom kan ook zo'n winterdepressie zijn. Het onzichtbaar worden van de hemellichamen ziet daarbij op het wegvallen van levensdoelen en zinvervulling. Dat de wolken terugkeren na de regen, ziet op een aaneenrijging van ziekte, verdriet en rouw. Je gaat van begrafenis naar begrafenis. 
De aftakeling van het lichaam, heeft een negatieve invloed op je psyche, in de vorm van depressies. Wanneer je denkt de ene tegenslag te hebben gehad, dan volgt gelijk de volgende. Na de regen komen gelijk weer wolken, zonder dat de zon de kans heeft om ook maar iets van licht en warmte in je leven te brengen en de dag kleur te geven. Alles om je heen wordt steeds grauwer en grauwer, totdat je wegzinkt in de donkerheid van de dood. Zo beschrijft deze beeldspraak als het ware een prelude op de dood.

Vers 3
Na de wat meer algemene boodschap van vers 2, zien wij nu meer specifieke beelden om het lichamelijk verval tijdens de ouderdom te duiden. Er wordt gesproken over de bewakers van het huis die zullen beven, wat hier duidt op de armen die het menselijk lichaam beschermen. De sterke mannen die krommen, stellen de door botontkalking krommende benen voor. Afgelopen vakantie in Frankrijk kwam ik daar een mooi voorbeeld van tegen tijdens één van mijn beklimmingen van de Mont Ventoux. Op het laatste moeilijke stuk van het zogenaamde 'maanlandschap' haalde ik (zelf bijna aan mijn eind) een kras oud mannetje in met kromme benen in. Later sprak ik hem op de top en hij bleek de Mont Ventoux te hebben beklommen om zijn 80e verjaardag te vieren. Niet iedereen accepteert het blijkbaar om weg te kwijnen tijdens de ouderdom.

Wij gaan weer terug naar Prediker 12 en vinden daar de maalsters die ophouden omdat zij met weinigen zijn. Dit betreffen de tanden, waarvan de mens er met het ouder worden steeds meer verliest. Zij die door de vensters kijken en verduisterd worden, zijn de ogen die dof van staar worden. 

Vers 4
Prediker gaat verder met het opsommen van beeldspraken die het aftakelen van het menselijk lichaam beschrijven. Zo heeft hij het over de deuren die naar de straat gesloten worden, wat duidt op oren die steeds minder gaan horen. Het geluid van de molen dat verzwakt, stelt waarschijnlijk de stem voor. Dat men opstaat bij het geluid van de vogels, betekent dat men niet lang en vast meer aan één stuk door kan slapen, maar snel wakker wordt uit de slaap. Dit laatste doet mij denken aan onze vroegere hospita die overdag hazenslaapjes voor de televisie deed en ons vervolgens 's morgens vroeg en 's avonds laat uit de slaap hield met haar gestiefel door het huis.
Prediker 12:4 besluit met de zangeressen die neergebogen zullen worden, wat wellicht duidt op het niet goed tegen veel geluid en drukte meer kunnen. Dit laatste merk je bij grootouders die het steeds minder op kunnen brengen als jonge kleinkinderen langs komen en ze zich dan vooral druk maken over de mogelijke rommel en viezigheid die dit in huis met zich meebrengt.

Vers 5
Prediker spreekt allereerst over twee zaken die weinig uitleg behoeven: "…men ook gaat vrezen voor de hoogte, en er verschrikkingen zijn op de weg…" Vroeger bestonden de verschrikkingen op de weg uit rovers tegen wij men zich moest verweren. Tegenwoordig zijn de verschrikkingen op de weg bijvoorbeeld het verkeer. Zie heden te dage maar eens veilig over te steken met je rollator of scootmobiel… Een wat minder duidelijk beeld is de amandelboom die gaat bloeien. De witte bloesem van deze boom ziet op het grijs/wit wordende haar. Het staat tegenover de letterlijke vertaling van "de jonge jaren" uit Prediker 11:10, namelijk 'zwartheid'. In de jeugd is het haar zwart, in de ouderdom wordt het wit als de amandelboom. Daarbij overvalt de ouderdom de mens evenzeer als de bloesem van de amandelboom, die als eerste van alle bomen bloeit.

Toch heeft de amandelbloesem niet alleen betekenis in de zin van ouderdom en het bijkomende verval. De bloesem wijst namelijk ook op bloei en het nieuwe leven van het voorjaar. Voor de mens die God vreest, geldt dat hij ondanks het lichamelijke verval en de naderende dood toch hoopvol mag zijn, omdat hij gelooft in de opstanding uit de doden. In het vervolg van dit artikel zullen wij dit nog verder uitwerken en zien dat de ouderdom ook een tijd van bloei kan zijn. Voor nu gaan wij nog even verder met een aantal beeldspraken over de aftakeling van de mens.
Prediker vervolgt vers 5 met de sprinkhaan die tot last wordt, wat wijst op het verlies van levenslust, ijver en draagkracht. Daarbij helpt de kapperbes niet meer om de eetlust op te wekken. Het aardse bestaan loopt op zijn einde. De mens gaat naar zijn eeuwig huis – het graf – en de rouwklagers gaan rond op straat. Zo gaat de aftakeling uiteindelijk over in de dood, wat dan in de volgende verzen aan de orde komt.

Vers 6
Het sterven van de mens wordt beschreven als het verwijderen/verbreken van het zilveren koord en het verbrijzelen van de gouden oliehouder. Deze ziet op de levende mens wiens levensgeest – uitgebeeld door het zilveren koord – terugkeert tot God. Een zelfde soort beeld is de kruik die bij de bron stuk gebroken wordt. De kruik stelt de mens voor die leeft van het water uit de levensbron van God. Omdat het rad (de katrol) waarmee het water uit de bron gehaald wordt, kapot is, kan er geen water meer in de kruik komen. De mens wordt het leven ontnomen en zijn lichaam sterft, de kruik ligt gebroken bij de bron.

Vers 7
Hier zien wij het laatste beetje hoop – voor het leven van nu – volledig weggenomen worden: "…het stof terugkeert naar de aarde zoals het was, en de geest terugkeert tot God, Die hem gegeven heeft." De mens gaat terug naar waaruit hij genomen is en zijn adem keert terug naar Wie hem deze gegeven heeft, God. Het is het besluit van het menselijk bestaan onder de zon, waar Prediker in vers 8 de veelzeggende conclusie op laat volgen: "Een en al vluchtigheid, zegt de Prediker, alles is even vluchtig." Dat is het menselijk bestaan. 

Wij krijgen hier een zeer deprimerend beeld van het verloop en einde van het menselijk leven. Toch is dit de realiteit die wij vanuit Genesis 3:19 bevestigd zien, waar de HERE God tegen Adam zegt: "In het zweet van uw aangezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en u zult tot stof terugkeren.". Toch is er nog een andere realiteit, wanneer wij verder kijken dan enkel naar datgene dat onder de zon is, zoals Prediker gewoon is. Ja, de mens is stof, een vergankelijk aarden vat waar in de dood niets meer van overblijft. Maar daar is ook die amandelbloesem die over hoop op nieuw leven spreekt. Over die hoop van het nieuwe leven spreekt Paulus in 2 Korinthe, wanneer hij het heeft over de schat die de gelovigen in hun aarden vat ontvangen hebben van God.

Vernieuwing tijdens aftakeling - 2 Korinthiërs 4:7 en 16; 5:1

"Maar wij hebben deze schat in aarden kruiken, opdat de alles overtreffende kracht van God zou zijn en niet uit ons (…) Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd (…) Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen." 

Ook hier in 2 Korinthe zien wij de vergankelijkheid van de mens beschreven. Toch deprimeert deze boodschap Paulus niet. Integendeel, hij houdt de moed er in. Want, zo stelt hij, al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Waar het lichaam vervalt, daar groeit de innerlijke mens in Gods wijsheid. Waar je lichamelijk steeds ouder wordt, daar word je geestelijk steeds jonger. Deze innerlijke vernieuwing/verjonging is niet iets wat de mens van zichzelf heeft of uit eigen kracht kan bewerkstelligen, het is het werk van de alles overtreffende kracht van God die dit doet. Deze kracht wordt hier een schat genoemd die de gelovige in zijn sterfelijke lichaam met zich meedraagt. Deze ´schat in aarden kruiken´ is een verwijzing naar de Schriftrollen die vroeger in aarden kruiken bewaard werden. Nu, zoals die onbeduidende kruiken een onschatbare waarde in zich meedroegen, zo draagt de onbeduidende mens de niet te overtreffen kracht van God met zich mee. Deze kracht laat de gelovige tijdens dit leven groeien in Christus. Maar deze kracht laat vooral de gelovige uiteindelijk opstaan uit de dood. In 2 Korinthe 4:6 wordt deze kracht als volgt omschreven: "Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus." 

Als wij vanuit dit perspectief naar Prediker 12 en de menselijke aftakeling kijken, dan is het misschien zo dat wij met het klimmen van de jaren lichamelijk steeds minder kunnen, maar geestelijk wel steeds meer te bieden hebben. Zelfs als spraak, gehoor en verstand wegvallen, dan is er nog niets verloren. Immers, al valt alles om ons heen weg, de liefde van Christus blijft. De liefde vergaat nooit (1 Kor. 13:8), zij is sterk als de dood (Hoogl. 8:6, NBG) en zij is zelfs meer dan geloof en hoop (1 Kor. 13:13). De ouder wordende mens hoeft niet afgeschreven te worden, zoals wij gebruikelijk zijn te doen met een auto of televisie. Ouderen mogen een bediening hebben waarin zij vanuit geloofs- en levenservaring veel te bieden hebben. Daarbij zijn zij – in hun reis op weg naar het hemels Vaderland – heel dicht bij de eindbestemming. Daar kunnen en mogen zij van getuigen zodat de 'jongere' gelovigen daar kracht, geloof en hoop aan kunnen ontlenen.

Een wolk van getuigen - Hebreeën 11:2 en 12:1-2a

Het getuigenis van de oudere broeders en zusters en de krachtige uitwerking hiervan kan vergeleken worden met de wolk van getuigen waarover in Hebreeën gesproken wordt. In Hebreeën 11:2 is beschreven dat de ouden door het geloof een goed getuigenis hebben gekregen. Over dit getuigenis wordt vervolgens in hetzelfde hoofdstuk geschreven. Daar zien wij achtereenvolgens Abel, Henoch, Noach, Abraham en nog vele anderen de revue passeren. Na de getuigenissen van al deze verschillende gelovigen doet de schrijver dan aansluitend een oproep aan de Hebreeën: "Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n wolk van getuigen omringd worden, afleggen alles last en de zonde die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die vóór ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof" (Heb. 12:1-2a). 

De vele ouderen die ons zijn voorgegaan in het geloof, mogen voor ons ook een wolk van getuigen zijn. Zij moedigen ons aan om gericht te zijn op Christus. Zij mogen ons inspireren en tot voorbeeld zijn, bij leven, maar ook in gedachtenis na het sterven.
Zo denk ik aan de stokoude vrouw dat na iedere spreekbeurt die zij van mij hoort, naar mij toekomt en dan altijd een bemoedigend woord heeft. Ook denk ik aan die oudere zuster die ondanks grote verliezen en chronische pijnen altijd opgewekt is en de moed erin houdt. Zelfs toen zij lange tijd de spreekbeurten niet kon volgen door gehoorproblemen, sloeg zij geen samenkomst over: "Ook al hoor ik niets, ik kan altijd bidden voor de spreker", was haar redenering. Ik denk eveneens aan die oude ex-soldaat die langzamerhand steeds meer in de war raakt, maar trouw de wacht blijft houden bij de ingang van de kerk.
Wat dan te denken van al diegenen die ons reeds ontvallen zijn. Ik denk aan mijn eigen opa en oma die iedere ochtend hun stramme knieën voor het bed bogen voordat zij de dag begonnen. Opa gaf bij ieder jaar dat je weer ouder werd altijd dezelfde tekst mee: "De vreze des HEREN is het beginsel der wijsheid" (Spr. 9:10, SV). Toen zei het mij nog weinig, nu denk ik dat het de belangrijkste Bijbelse waarheid is die er bestaat. Oma had wat meer moeite om de genade van Christus aan te nemen, maar juist in haar verstandelijke aftakeling werden bij haar de barrières weg genomen om toch vrijmoedig in het geloof te ontslapen.
Mijn gedachten gaan ook uit naar de opa van mijn vrouw. Een eenvoudige Overbergse boer die nooit zo veel zei en vroeger niet de makkelijkste was. Toen hem op zijn ziekbed werd gevraagd waar hij heen zou gaan als hij zou sterven, zei hij: 'Naar de hemel der hemelen!' Mijn oudste dochter heeft hem nog mee gemaakt. Als het dan weer eens over opa gaat, dan zegt ze: 'Oh, dat was die hele lieve opa'. Ook denk ik aan die eenvoudige, degelijke ouderling van wie weinigen een hoge pet op hadden. Toch citeerde hij op zijn sterfbed Psalm 43 (berijmd): "Dan ga ik op tot Gods altaren, tot God, mijn God, de bron van vreugd; dan zal ik, juichend, stem en snaren, ten roem van Zijne goedheid paren, Die, na kortstondig ongeneugt, Mij eindeloos verheugt."
Ik denk aan broeder Jakob Klein Haneveld, wiens boekjes voor mij het middel zijn geweest om zelf de Bijbel te kunnen en durven lezen. De titel van één van zijn zogenaamde papieren predikers was: 'Het beste komt nog'. Een waarheid die slaat als een huis en die ik mij altijd maar probeer voor te houden (wat de ene keer beter lukt dan de andere keer).
Tot slot denk ik nog weer even aan een ver familielid. In dit geval de zeer gelovige overgrootvader van mijn vrouw. Hij lag in het ziekenhuis en wist dat zijn einde daar was. Probeerde hij het moment van zijn sterven tegen te gaan? Nee, hij vroeg de verpleegster herhaaldelijk of zijn hartslag al minder werd, want hij wilde zo graag naar de Heer gaan! 

Dit waren zo maar enkele getuigenissen zoals ze naar mij toegekomen zijn. Maar zo zijn er door alle generaties heen ontelbare te vinden. Zo zult u op uw beurt ook wel weer verschillende voorbeelden hebben. Eén ding hebben al deze getuigenissen gemeen, zij wijzen op het geloof in God en Christus. Daarbij zijn zij vaak in menselijke zwakheid gegeven. Maar mogen zij ons door hun geestelijke kracht tot bemoediging en volharding zijn.
Zo zijn wij aan het einde van dit artikel gekomen, met als thema: 'In de bloei van de ouderdom'. Wij hebben gezien dat de ouderdom met gebreken komt. Maar voor wie gelooft, geldt dat met die gebreken ook de groei aan innerlijke rijkdom komt. De ouderdom mag zo een bloeitijd zijn in het groeien naar afhankelijkheid ten opzichte van God. Waarbij het ultieme moment is dat wij in vertrouwen op Hem ons leven loslaten, wetend dat Hij ons door de dood heen in Zijn heerlijkheid zal trekken!
We sluiten af met wat de psalmist zegt over de rechtvaardigen: 

“In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, zij zullen fris en groen zijn, om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is; Hij is mijn rots en in Hem is geen onrecht" (Ps. 92:15-16).

Deel deze pagina via

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Amen

Veel bijbelstudies op onze site
komen van bijbelmagazine Amen.
Meer weten over dit unieke blad
kijk dan snel op amen.nl

Abonneer je op Amen

Agenda

  • 17 12 2017
    samenkomst met Frans Voskamp 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Romeinen 14:13-13
Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft.