Alleen een wegwerpcultuur zegt dat mensen een eenmalig bestaan hebben

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Alles is ijdelheid! - Deel 18 (slot) - Vrees God! (Pred. 12)

uit: AMEN 105, pagina 8

Sebastiaan de Graaf
Het boek Prediker spreekt over het leven ´onder de zon´ en leert ons dat de mens slechts tot zijn doel kan komen in afhankelijkheid van God.

Wij zijn zo langzamerhand aan het einde gekomen van het boek Prediker. Een boek waarin wij met beide voeten op de grond worden gezet wat betreft het menselijk bestaan en wat wij daarvan mogen verwachten. Zo sloten wij – zeer illustratief – het vorige artikel af met het verval van de mens en de dood die daar op volgt. Prediker verwoordde dit als volgt : "…het stof terugkeert naar de aarde zoals het was, en de geest terugkeert tot God, Die hem gegeven heeft." Het is alsof wij bij een geopend graf weglopen, waarin net een dierbare neergelaten is. Op het moment dat je er bij vandaan gaat, overheerst slechts de gedachte: "Dat was het dan…" Wat overblijft is een beklemmende leegte, waarvan je weet dat je die je hele leven lang op enige wijze mee zal dragen. Pas wanneer bij jou zelf het zilveren koord verwijderd wordt en de kruik bij de bron stukgebroken wordt, zal deze leegte met jou zelf mee het graf indalen. Maar dan zullen weer anderen bij jouw geopende graf vandaan lopen met: "Dat was het dan…" Je kunt je dan terecht met Prediker afvragen: "Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zwoegt onder de zon? De ene generatie gaat en de andere generatie komt" (Pred. 1:3-4). En zoals Prediker zijn betoog begint in Prediker 1:2 en afsluit in Prediker 1:8: "Een en al vluchtigheid, zegt de Prediker, alles is even vluchtig." 

Toch, zo hebben wij in het vorige artikel gezien, is deze zichtbare realiteit niet de enige. Ja, het is de realiteit van het leven van de mens die onder de zon is en niet weet wat zich voor, achter, onder en boven hem bevindt. Door het geloof mogen wij echter ook andere dingen zien. Door het geloof mogen wij over onze dood heen kijkend, weten dat God iets beters voor ons in het verschiet heeft. Dan is de amandelbloesem niet slechts het teken van het naderende einde, maar toch vooral het teken van het toekomstige leven in Gods heerlijkheid. Wanneer wij ons leven in dat perspectief plaatsen, dan is het geen zinloos gezwoeg dat eindigt in een eindeloze dood, maar dan worden de woorden van Paulus uit Filippenzen 1:6 realiteit: "Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Christus." 

Wanneer wij op deze wijze het boek Prediker een plek geven in zowel de Bijbel als ons leven, dan schenkt het ons wijsheid en inzicht waar wij iedere dag baat bij hebben. Dan zijn de woorden van Prediker 'aangenaam' (Pred. 12:10), oftewel een juist woord op het juiste moment om richting aan ons leven te geven.

De woorden van Prediker (Pred. 12:9-11)

Nadat Prediker in vers 8 zijn sombere conclusie op zijn betoog heeft gegeven, namelijk dat alles vluchtigheid is, volgt het besluit op het Bijbelboek in vers 9-14. Hierin vinden wij eerst een verantwoording terug ten aanzien van de persoon en het werk van Prediker (vers 9-11).Dan volgt een wijze raad, die tegelijkertijd perspectief biedt voor de toekomst (vers 12-14). 

Prediker, van wie wij weten dat hij Salomo was, stelt zich in vers 9 als volgt voor: "Overigens, Prediker was een wijze…" Prediker manifesteert zich hier dus niet als koning, maar als wijze. Wij worden hier bepaald bij het feit dat wijsheid belangrijker is dan macht, zoals Prediker zelf ook zegt: "De wijsheid maakt de wijze sterker, dan tien machthebbers die in de stad zijn" (Pred. 7:19). Of, zoals in Prediker 9:16 staat: "Wijsheid is beter dan kracht." 

Toch beroemen veel mensen – ook gelovigen – zich vaak op hun status, in plaats van dat zij op Gods wijsheid vertrouwen. Laten wij eerlijk zijn, status en macht leiden vaak tot weinig goeds en – als wij zo in de wereld rondkijken – zelfs tot dood en verderf. De wijsheid, van God afkomstig, laat haar bezitters echter leven (Pred. 7:12). Wij zien dit principe ook terug aan het begin van Salomo´s leven. Wanneer God hem vraagt wat hij zou willen hebben, vraagt Salomo wijsheid en kennis om het volk te leiden (2 Kron. 1). Salomo laat hier duidelijk zien dat wijsheid vóór macht komt. De reactie van God hierop is veelzeggend: "Omdat dit in uw hart geweest is en u geen rijkdom, bezittingen en eer gevraagd hebt, of het leven van wie u haat, of zelfs niet een lang leven gevraagd hebt (…) daarom is de wijsheid en de kennis aan u gegeven. Verder zal Ik u rijkdom bezittingen en eer geven, zoveel als de koningen voor u niet gehad hebben en zo veel als de koningen na u niet zullen hebben." De keuze van Salomo voor wijsheid en kennis resulteert hierin dat hem uiteindelijk meer gegeven wordt dan hij had kunnen verwachten van God. 

Het feit dat Prediker zich als 'wijze' presenteert is dus niet een gegeven op zich, hij laat het ook in zijn handel en wandel zien. Hier getuigt hij zelf ook van in het vervolg van vers 9: "…voordurend onderwees hij het volk in kennis, hij was opmerkzaam en onderzocht, hij stelde vele spreuken op." Ook uit andere bronnen blijkt de wijsheid van Prediker:
  • In 1 Koningen 4:29-34 staat over Salomo geschreven: "God gaf Salomo wijsheid, zeer veel inzicht en groot verstand (…) De wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van alles mensen van het Oosten (…) Ja, hij was wijzer dan alle mensen (…) Ook sprak hij drieduizend spreuken uit en waren er van hem duizend en vijf liederen (…) En uit alle volken kwamen er om naar de wijsheid van Salomo te luisteren…"
  • Er zijn twee psalmen van Salomo opgenomen in het boek Psalmen. In Psalm 72 spreekt Salomo uit dat hij het in het-recht-spreken over het volk van God verwacht. In Psalm 127 stelt Salomo dat als men het in het leven niet van de HEERE verwacht, men uiteindelijk met lege handen komt te staan.
  • De inhoud van het boek Spreuken, dat grotendeels door Salomo geschreven is, getuigt van zijn wijsheid.
  • In Prediker 1:13-17 horen wij Prediker zeggen: "Ik legde mij met heel mijn hart erop toe met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren alles wat er onder de hemel plaatsvindt (…) Ik legde mij met heel mijn hart erop toe wijsheid te kennen…"
Wanneer wij ons zo bewust worden van het werk dat Salomo vanuit Gods wijsheid en kracht heeft mogen doen, dan zijn de woorden die in Prediker 12:10 volgen niet meer dan logisch: "Prediker zocht aangename woorden te vinden: het geschrevene is oprecht, woorden van waarheid." 

Prediker bedoelt hier overigens met 'aangename woorden' niet dat zijn boodschap altijd even prettig is om aan te horen. Integendeel, in vers 11 beschrijft hij dat de woorden van wijzen als 'prikkels' zijn. Met 'aangenaam' bedoelt Prediker dat hij voor ieder moment en iedere situatie een juist woord of een juiste verklaring zocht. Zo staat in Prediker 3:1 (waar het Hebreeuwse woord voor 'aangenaam' vertaald wordt met 'voornemen' en gecombineerd wordt met het woord 'elk'): "Voor alles is een vastgestelde tijd, en een tijd voorelk voornemen onder de hemel." Wanneer wij deze tekst in relatie zien tot de wijsheid, dan kunnen wij stellen dat het goed is om voor iedere gelegenheid in het leven naar woorden van wijsheid te zoeken. Of, zoals in Spreuken 15:23 staat: "Een man heeft blijdschap in het antwoord van zijn mond, en hoe goed is een woord op zijn tijd." 

De door Salomo geschreven woorden in Prediker zijn dus wijsheden die betrekking hebben op ieder moment van het leven. Of, zoals wij eerder in Prediker 12 zagen: van jeugd tot ouderdom. Daarbij zijn deze woorden 'oprecht' en 'woorden van waarheid'. Dit is iets wat inherent is aan de wijsheid. De wijsheid komt zonder bijbedoelingen en zoekt altijd de waarheid, hoe hard en confronterend deze soms ook is. Wij zien dit ook in Spreuken 8, waar de wijsheid in gepersonificeerde vorm aan het woord is: "Alle woorden uit mijn mond zijn in gerechtigheid gesproken, er is niets verdraaids of slinks in. Ze zijn oprecht voor ieder die begrijpt, juist voor hen die kennis willen vinden" (Spr. 8:8-9). Dat wij in deze Wijsheid dan uiteindelijk ook Christus vinden, is dan nog maar een kleine stap: "Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing" (1 Kor. 1:30). 

Dat de woorden van Prediker niet altijd even makkelijk te accepteren en zelfs te verdragen zijn, vinden wij bevestigd in vers 11 van Prediker 12: "De woorden van wijzen zijn als prikkels…" Met 'prikkels' worden hier zogenaamde 'ossenprikken' bedoeld. Met een ossenprik werd een werkende os aangespoord om verder te werken als hij even niet vooruit wilde. In Handelingen 26:14 wordt dit zelfde beeld ten aanzien van Paulus gebruikt wanneer Jezus hem roept: "Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? Het is hard voor u de hielen tegen de prikkels te slaan." Paulus (bij zijn roeping nog Saulus) was als een os die zich niet met prikkels liet sturen in de richting van het verlossende werk van Christus, maar zich daar juist – vanuit het vlees – naar achteren tegenaan schoppend tegen verzette. Nu, zo is Gods wijsheid soms ook voor ons een prikkel waardoor wij ons liever niet laten sturen. Het doet inbreuk op ons ogenschijnlijk comfortabele leventje en confronteert ons met de harde realiteit. Dit doet pijn en stuurt ons vaak een kant op die wij eigenlijk niet willen, maar die uiteindelijk (geestelijk) wel het beste voor ons is. 

Naast dat de woorden van wijzen als prikkels zijn, zijn zij ook "…als spijkers, die ingeslagen door meesters in het verzamelen" (Pred. 12:11). Hiermee wordt bedoeld dat de woorden van wijzen, woorden zijn die vast geslagen worden in het geheugen om er op de bestemde tijd profijt van te hebben. Daarbij wordt met "de meesters in het verzamelen" gedoeld op hen die de Spreuken verzamelden en optekenden, zoals dus Salomo, maar ook de mannen van Hizkia (Spr. 25), Agur (Spr. 30) en Lemuël (Spr. 31). Deze mannen werkten niet voor zich, maar stonden uiteindelijk onder toezicht en inspiratie van één Herder: "Zij [de woorden van wijzen] zijn gegeven door één Herder" (Spr. 12:11). Deze Herder is natuurlijk God, Die Salomo een wijs en verstandig hart gaf (1 Kon. 3:12). Ook is God de Gever van wijsheid, zo leert Spreuken 2:6: "De HERE geeft immers wijsheid, uit Zijn mond komen kennis en inzicht." Natuurlijk vinden wij Christus in Spreuken 8 terug als de personificatie van de wijsheid. Verder wijst het begrip 'herder' in Psalm 23 en Jesaja 40 op de HEERE en in Ezechiël 34 en 37 op de komende Messias.

Een wijze raad (Pred. 12:12-14)

De laatste verzen van Prediker 12 vallen uiteen in twee raadgevingen. De eerste raadgeving (vers 12) heeft betrekking op het verzamelen van wijsheid. De tweede raadgeving (vers 13-14) heeft betrekking op de levenswandel en de verantwoordelijkheid die hierover afgelegd moet worden. 

De eerste raadgeving van Prediker wordt als volgt verwoord: "Wat erbovenuit gaat, mijn zoon, wees gewaarschuwd! Er komt geen einde aan vele boeken te maken, en veel studeren vermoeit het lichaam" (Pred. 12:12). Prediker waarschuwt hier tegen overmatig verzamelen van wijsheid. Hij doet dit vanuit het inzicht zoals hij dat in Prediker 1:17-18 verwoordt: "Ik legde mij met heel mijn hart erop toe wijsheid te kennen, en onverstand en dwaasheid te leren kennen. Ik merkte dat ook dit slechts najagen van wind is. Want in veel wijsheid zit veel verdriet. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert leed." Het is goed om wijsheid te zoeken, maar het is geen doel op zich. Het hoort altijd ondergeschikt te zijn aan het dienen van God (zie Pred. 12:12). Je moet geen wijsheid zoeken als deze niet te vinden is en je moet niet zoeken naar antwoorden op vragen waar geen antwoord op te vinden is. Het leven van de gelovige bestaat niet alleen uit zoeken en vorsen, maar uiteindelijk toch vooral uit wandelen met de Heer!
Dit is een wijze raad die wij ook in acht dienen te nemen. Bijbelstudie doen is een goede zaak, maar geen doel op zich. Kennis opdoen uit Gods Woord, levert ons winst op, maar niet als het alleen om de kennis zelf te doen is. Uiteindelijk horen wij maar bij één ding uit te komen: "Vrees God…" 

Met het vrezen van God zijn wij aanbeland bij de tweede raadgeving en de slotwoorden van het boek Prediker: "De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: "Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad" (Pred. 12:13-14). 

Wij vinden hier een universeel gebod dat betrekking heeft op alle mensen. Daarbij betreffen de genoemde geboden niet zozeer de geboden uit de Wet, als wel algemene instellingen zoals wij die bijvoorbeeld in Genesis 9:1-7 vinden. Wij mogen er vanuit gaan dat ieder die in God gelooft, weet dat je niet behoort te doden, te stelen, te liegen, etc. Het gericht dat vervolgens genoemd wordt, is een gericht waar ieder mens aan onderworpen zal worden. Het is een gericht dat na de dood in de opstanding plaats zal vinden, getuige het feit dat er gesproken wordt over "elke daad (…) met alles wat verborgen is…" Woorden van dergelijke strekking vinden wij ook in de Korinthe-brieven terug: "Oordeel daarom niets voor de tijd, totdat de Heere komt. Hij zal ook wat in de duisternis verborgen is aan het licht brengen, en de voornemens van het hart openbaar maken" (1 Kor. 4:5) en "Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad" (2 Kor. 5:10). 

Natuurlijk is het wel zo dat er verschil in oordeel zal zijn. Zo moet de rechterstoel uit de Korinthe-brieven onderscheiden worden van de grote witte troon. Daarnaast is het zo dat voor wie in Jezus Christus gelooft, geldt dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over zijn behoud. In ieder geval, zo kunnen wij stellen, zal iedereen uiteindelijk verantwoordelijkheid hebben af te leggen over zijn daden. 

Dit laatste is ook wat Prediker hier wil aangeven en waar hij eerder in zijn geschrift ook aandacht aan besteedde: "Ik zei in mijn hart: de rechtvaardige en de goddeloze zal God oordelen, want er is een tijd voor elk voornemen en voor elk werk" (Pred. 3:17); "…Hoewel een zondaar honderdmaal kwaad doet, verlengt God zijn dagen. Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor zijn aangezicht vrezen. Maar de goddeloze zal het niet goed gaan en hij zal zijn dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht" (Pred. 8:12-13) en: "Verblijd u, jongeman, in uw jeugd, en laat uw hart vrolijk zijn in de dagen van uw jeugd. Ga in de wegen van uw hart en volg wat uw ogen zien, maar weet dat God u over dit alles in het gericht zal brengen" (Pred. 11:9). 

Het in-het-gericht-gebracht-worden van de mens lost daarbij tegelijkertijd nog een moeilijk probleem op, waar Prediker mee worstelde. Namelijk de goddeloze die het, ondanks al het verkeerde dat hij doet, toch voor de wind gaat. Daar wordt in dít leven niet mee afgerekend, maar wel in Gods gericht. God zal de dagen van de goddeloze niet verlengen. Dat deze lijn van vergelding ook na Christus' komst nog wordt voortgezet, vinden wij heel duidelijk in Efeze 5:5 terug: "Want dit moet u weten, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God", en: "Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet" (Opb. 22:15). De boodschap die hier vanuit het Nieuwe Testament naar voren komt, is dat er bij God geen plaats is wie het kwaad liefhebben en God niet vrezen. God heeft uiteindelijk het laatste woord. 

Dit laatste is wat de mens moet beseffen en waardoor hij tot het inzicht moet komen dat hij God respecteert als zijn Maker en de Schepper van hemel en aarde. Of om het in Bijbelse taal te zeggen: de mens moet God vrezen. Met dit vrezen ging het direct al fout in de Hof van Eden. In plaats van God op goede wijze te vrezen, namelijk door uit respect voor Hem niet te eten van de boom der kennis van goed en kwaad, vreesde de mens op de verkeerde wijze voor God, namelijk uit angst voor vergelding (Gen. 3:10). Deze laatste wijze van vrezen is niet wat God vraagt, maar wacht de mens wel als hij God niet respecteert. Vrees is dus geen angst voor God, maar veeleer een uiting van respect en vervolgens vertrouwen (geloof) in Hem Die ons gemaakt heeft en Die voor ons een heerlijke toekomst in het verschiet heeft liggen. 

Het woord vrezen komen wij trouwens vaker tegen in Prediker: "Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen, en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht" (Pred. 3:14). Hier vinden wij terug dat Gods werken voor de mensheid in het algemeen en de gelovigen in het bijzonder tot doel hebben om hen te overtuigen Hem te vrezen om zodoende voor Zijn aangezicht te kunnen leven. "Want zoals er in een veelheid aan dromen veel vluchtigs is, zo is het ook met de veelheid van woorden. Daarom: vrees God!" (Pred. 5:6). Hier wordt bedoeld dat wij God beter niet te veel kunnen beloven, want wij kunnen dit toch vaak niet nakomen. Beter is het om Hem eenvoudigweg te vrezen. "Hoewel een zondaar honderdmaal kwaad doet, verlengt God zijn dagen. Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen" (Pred. 8:12). Hoewel God veel geduld heeft met de zondaar, toch is het goede uiteindelijk weggelegd voor wie God in dit leven vrezen. Zij zullen uiteindelijk in Zijn nabijheid mogen leven. 

De mens kan dus slechts tot zijn werkelijke bestemming komen wanneer hij God en Zijn werk vreest. Dan ontkomt hij aan de vluchtigheid / ijdelheid van dit bestaan en zal alles wat onder de zegen van God gedaan is tijdens zijn aardse bestaan niet voor niets zijn geweest. Dit is de boodschap die uiteindelijk vanuit Prediker tot ons komt en die tot op de dag van vandaag actueel is voor de mensheid en in het bijzonder voor de gelovigen. De vraag aan ons is: Hoe geven wij hier gehoor aan? 

"En dit bid ik dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt in kennis en alle fijngevoeligheid, opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus, vervuld met vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en lof van God" (Filip. 1:9-10).

Deel deze pagina via

Even een vraag

Fake nieuws:

Volg ons via twitter @egkaleo

Amen

Veel bijbelstudies op onze site
komen van bijbelmagazine Amen.
Meer weten over dit unieke blad
kijk dan snel op amen.nl

Abonneer je op Amen

Agenda

  • 17 12 2017
    samenkomst met Frans Voskamp 10:00 tot 11:30

Recente preken

Loading Player...

Vers van de dag

Efeze 5:20-21
Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus; Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods.