God heeft wel de tijd gemaakt, maar over haast heeft Hij nooit gesproken
Kaleo presenteert Iniminies. Wat is dat zul je denken. We posten met enige regelmaat korte (prikkelende) gedachtes over diverse (Bijbelse) onderwerpen, de pennevruchten van Ineke van Lieshout. Lees mee en geniet.

Serie

Bijbelstudies van Hoite Slagter over het thema "De gezonde leer, studies uit Timotheus en Titus", in het seizoen 2012-2013.

Loading Player...

Onder aan het scherm kun je de preek downloaden of beluisteren.

Onderstaand verslag is ook te downloaden in pdf formaat.

De gezonde leer, studies uit Timotheüs en Titus - H.B. Slagter - 06/12/2012 - Studie 4
 
Paulus beveelt Titus te spreken over wat bij de gezonde leer past.
De kern is Titus 2:11 Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, 12 en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven, 13 terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus. 14 Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
 
Vanavond is het thema: de gezonde leer en onze Redder en redding.
Titus 2:13 vormt “de kern van de kern”.
In Titus 2:14 wordt er gesproken over een eigen volk. Eigen, wil zeggen eromheen zijn. Dit woord wordt in de Bijbel alleen hier gebruikt. Het is dus een uniek woord.
 
In Titus 2 wordt 3x over “zalig” gesproken:
Vers 11, de zaligmakende genade; de reddende genade; het is het een zelfstandig naamwoord dus de redding
Vers 13, de zalige hoop; ook te vertalen als gelukkig of gelukzalig
Vers 13, de Zaligmaker; of Behouder, Redder, Verlosser
 
In vers 11 staat in het Grieks soterion
In vers 13 staat soter
In het Grieks komt ook soteria voor. Dit is de vrouwelijk vorm en betekent de redding als zodanig.
Bij theologische opleidingen kom je het vak soteriologie tegen, dat is de leer van de verlossing.
 
Soterion komt 5x in de Bijbel voor en wordt alleen door Lukas en Paulus gebruikt. Het is een belangrijk woord voor Paulus binnen de verborgenheid.
 
De 1e keer dat soterion voorkomt is in Lukas. Soterion is verbonden aan een Persoon.
Lukas 2:21 En toen acht dagen vervuld waren, en men het Kind besnijden moest, werd Hem de Naam Jezus gegeven, die genoemd was door de engel voordat Hij in de moederschoot ontvangen was. 22 En toen de dagen van haar reiniging volgens de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Heere voor te stellen, 23 – zoals geschreven staat in de wet van de Heere: al wat mannelijk is dat de moederschoot opent, zal heilig voor de Heere genoemd worden –
24 en om een offer te brengen volgens wat gezegd is in de wet van de Heere, een paar tortelduiven of twee jonge duiven. 25 En zie, er was een man in Jeruzalem, van wie de naam Simeon was, en die man was rechtvaardig en godvrezend. Hij verwachtte de vertroosting van Israël en de Heilige Geest was op hem. 26 En hem was een Goddelijke openbaring gegeven door de Heilige Geest dat hij de dood niet zien zou voordat hij de Gezalfde van de Heere zou zien. 27 En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het Kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen volgens de gewoonte van de wet, 28 nam hij Het in zijn armen, loofde God en zei: 29 Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, 30 want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, 31 die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, 32 een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken. 33 En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over wat er over Hem gezegd werd. 34 En Simeon zegende hen en zei tegen Maria, Zijn moeder: Zie, dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat tegengesproken zal worden, 35 – ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan – opdat de overwegingen uit veel harten openbaar worden.
 
Hier vinden we het begin van het leven van de Here Jezus op aarde.
Hij werd op de 8e dag besneden. Volgens Leviticus 12:1-8 waren de dagen van de reiniging bij de geboorte van een jongen 33 dagen en bij een meisje 66 dagen. Bij een jongen kom je dan in totaal uit op 7 dagen onrein en 33 dagen van de reiniging = totaal 40 dagen en bij een meisje is dit 14 dagen en 66 dagen is totaal 80 dagen.
De Here Jezus is in deze geschiedenis dus nog heel jong. Hij kreeg de naam Jezus. Jezus betekent 'JHWH is redding/verlossing'. Hier begint de verbinding met het Oude Testament. Er is meer over redding in het Oude dan in het Nieuwe Testament te vinden. Hier komt Hij als Redder in de wereld.
Jozef en Maria hielden zich nauwgezet aan de Wet. Zij lieten de Here Jezus besnijden en Maria bracht een offer als verzoening voor haar onreinheid. Het waren duiven, wat aangeeft dat ze niet rijk waren. Het bezoek van "de wijzen" had dus nog niet plaatsgevonden.
In vers 22 staat dat zij Hem de Here voorstelden (Grieks paristemi), zij plaatsten Hem bij de Heer, dit woord wordt ook in Efeze 5:27 en Kol. 1:22 gebruikt:
Efeze 5:27 opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.
Kolossenzen 1:22 in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om u heilig en smetteloos en onberispelijk voor Zich te plaatsen,
We zouden ook nooit anders voor Zijn aangezicht kunnen verschijnen!
 
Er is een grote verbondenheid tussen Lukas en Paulus. Lukas vergezelde Paulus op zijn reizen. Aan het einde van de bediening van Paulus schrijft hij dat alleen Lukas nog bij hem is, 2 Tim. 4:11. Lukas schreef het Lukasevangelie en de Handelingen. Lukas had dus veel kennis opgedaan. Het gebruik van het woord genade is een opmerkelijke parallel. Zie hiervoor de studie "Lukas, de trouwe metgezel van Paulus", op de bijbelstudiedag van 26 maart 2011 op onze website.
Vers 25 vertelt ons over Simeon, zijn naam betekent gehoorzaam of horende met aanneming. Er staat in onze vertaling, de Heilige Geest was op hem. Het was echter de gave van de Heilige Geest die hij had gekregen. Hij had een Woord ontvangen en omarmt de Here Jezus, sluit Hem in de armen. Wat een mooi beeld!
Vers 30 Mijn ogen hebben uw zaligheid = heil/redding/behoud/verlossing gezien.
Vers 31/32 Het heil is bereid voor alle volken, een licht om de heidenen te verlichten en om Israël te verheerlijken. Het woord zalig komt vaak voor in relatie met heil voor allen!
Vers 34 Hij is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël. Simeon voorzegt wat er over 33 jaar zal gebeuren!
De val is het sterven, waardoor Hij verzoening bracht en daarna de opstanding. Hij werd tot zonde gemaakt, zie Hebreeën 10 en Psalm 40. Hem werd een lichaam bereid (in Maria) om het offer te kunnen brengen.
Je kunt met veel mensen wel in algemene zin spreken over bijvoorbeeld Kerst en wellicht over het sterven van de Here Jezus. Zodra je over de opstanding spreekt scheiden de wegen vaak. Het kruis en de opstanding geeft scheiding.
Vers 35 Door uw eigen ziel zal een zwaard gaan. Het werd tegen Maria gezegd en dit gebeurde toen Hij aan het kruis hing.
 
Lukas 3:5 Elk dal zal gevuld worden en elke berg en heuvel zal geslecht worden; de kromme wegen zullen recht worden en de oneffen tot effen wegen;
6 en alle vlees zal de zaligheid zien die van God komt.
Ook hier is zaligheid verbonden met alle vlees, heidenen en Israël.
 
Handelingen 28:28 Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is, en die zullen luisteren.
Het heil gaat naar de heidenen.
 
Efeze 6:17 En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,
 
Titus 2:11 Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
De zaligheid is voor alle mensen. De zaligmakende genade bepaalt ons bij een Persoon. In vers 13 wordt gesproken over de Zaligmaker (= soter).
 
Soter komt in het Nieuwe Testament 24x voor, 5x in Lukas en 7x in de algemene zendbrieven. Daarnaast wordt het 12x door Paulus in de late brieven gebruikt en wel in Efeze, Kolossenzen en in Timotheus en Titus.
 
De 12x in de brieven van Paulus gaan we onderzoeken:
1) Efeze 5:21-27 In vers 23 staat dat Hij de Behouder van het lichaam is (het heeft hier betrekking op de Zoon (1)). Hij is de redder, degene die in stand houdt (NBG). Behouden wil zeggen dat het er al is en na het moment van oordeel nog steeds.
2) Filip. 3:20-21 In vers 20 staat dat wij de Zaligmaker verwachten uit de hemelen (de Zoon (2)). Waaruit slaat terug op het burgerschap. Hoe vindt dit plaats? Ons vernederd lichaam of letterlijk het lichaam van vernedering zal Hij veranderen in het lichaam van Zijn heerlijkheid.
Filip. 2:8 spreekt over de vernedering van Christus, Filip. 2:6 over de gestalte van God en Filip. 2:7 over de gestalte van een slaaf. Filip. 2:23 spreekt aan het gelijkvormig worden. Filippenzen 3 is een echo van Filippenzen 2. Er wordt gesproken over de gezindheid van Christus, de vernedering, de gehoorzaamheid en de uitermate verhoging. Dat wil Paulus ook. Filip. 3:10 spreekt van de gemeenschap aan Zijn lijden, vernedering en Filip. 3:11 over de uitopstanding. Van het leven met de Heer word je niet slechter. Integendeel, het maakt je nederig en je gaat de onderste weg, ondanks wat anderen over je zeggen en na de grootste beschuldigingen.
3) 1 Tim. 1:1 onze Zaligmaker (hier heeft het betrekking op de Vader (1)), onze hoop.
4) 1 Tim. 2:3 God, onze Zaligmaker (de Vader (2)). Vers 5 spreekt nl. over de Middelaar Christus Jezus. Hij is een losprijs voor allen, een "in plaats van" losprijs.
5) 1 Tim 4:10 De Behouder van alle mensen (de Vader (3)) in het bijzonder voor gelovigen.
6) 2 Tim 1:10 De Zaligmaker (de Zoon (3))
7) Titus 1:3  Onze Zaligmaker (de Vader (4))
8) Titus 1:4 Onze Zaligmaker (de Zoon (4))
9) Titus 2:10 Onze Zaligmaker (de Vader (5))
10) Titus 2:13 De grote God en onze Zaligmaker (de Zoon (5))
11) Titus 3:4 God onze Zaligmaker (de Vader (6)), liefde tot de mensen = filantropie
12) Titus 3:6 Jezus Christus, onze Zaligmaker (de Zoon (6))
 
6x wordt Zaligmaker voor zowel Vader als Zoon gebruikt. Het is compleet, één geheel, Beiden betrokken met/tot het reddingsplan van het lichaam.
De Vader is de bron, de oorsprong van de verlossing, Hij bedacht het.
De Zoon is de uitvoerder.
 
In het Oude Testament is zoon, ben, dat is afgeleid van banah = bouwen, het idee voor het bouwen is van de Vader, de bouwer zelf is de Zoon.
Efeze 2:21 In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here,
1 Korinthe 8:6 toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem.
De Vader is de bron van alle dingen.
 
Titus 3:4 Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is,
5 maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan zouden hebben, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.
Toen de goedertierenheid, dat is vriendelijkheid (Engelse vertalingen zeggen kindness of loving kindness) van onze Zaligmaker verscheen, redde Hij ons. Dat is geweldig om iedere dag weer te beseffen. We zijn bevoorrechte mensen!
 
Onder aan dit scherm kun je de preek beluisteren of downloaden.

Onderstaand verslag is ook te downloaden in pdf formaat.

De gezonde leer, studies uit Timotheüs en Titus - H.B. Slagter - 08/11/2012 - Studie 3
 
Tijdens de 1e studie-avond zijn de brieven globaal bekeken (o.a. waarom waren het latere brieven) en hebben we de personen Timotheüs en Titus besproken. Zij waren kinderen van Paulus, ze waren tot geloof gekomen en Paulus was hun geestelijk vader. Daarom staan deze brieven ook zo dicht bij ons, als geestelijke kinderen van Paulus.
De 2e studie-avond ging over de bediening van Paulus. Christus had geloof en liefde voor Paulus, vanaf de moederschoot af. Dat kunnen we ook op onszelf toepassen. Vanavond gaan we verder met de bediening van Paulus.
 
1 Timotheüs 1:15 Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben.
Je zou kunnen zeggen dat er toch ergere zondaren waren dan Paulus. Als je jezelf echter bekijkt/beziet in het licht van Gods Woord dan geldt dit ook voor ons. We hoeven niet naar een ander te kijken.
Efeze 2:7 opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Het doel is om in de komende tijdperken/eeuwen Zijn goedertierenheid te tonen door ons heen en te laten zien hoe genadig God is. Als mensen willen weten hoe genadig God is, zullen ze in de hemel de leden van het lichaam van Christus kunnen zien, die ondanks hun ongeloof toch in de heerlijke positie van Christus mogen delen. Zelfs voor zulke mensen als wij, is die genade zo groot.
1 Timotheüs 1:12 En ik dank Hem Die mij kracht gegeven heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij trouw geacht heeft, toen Hij mij een plaats gaf in de bediening,
Het woord bediening is diakonia. In de latere brieven komt dit woord 5x voor en hier is de 3e keer, de kern. Als je alle 5 keer op een rijtje gaat zetten, ontdek je het onderling verband.
De eerste keer is in Efeze 4:12 11 En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, 12 om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,
"Hij" in vers 11 is Christus, zie hiervoor vers 7, het gaat daar om het geven van gaven door Christus. Er staat in vers 12 dienstbetoon, de Statenvertaling (SV) zegt werk van de bediening en het gaat om de opbouw van het lichaam van Christus.
De laatste keer is 2 Tim. 4:11 Alleen Lukas is bij mij. Haal Markus op en breng hem met u mee, want hij is voor mij van veel nut voor de ambtelijke bediening.
De SV zegt de dienst. Markus is van veel nut voor de bediening, de opbouw.
De 2e keer is Kol. 4:17 En zeg tegen Archippus: Let op de bediening die u aangenomen hebt in de Heere, dat u die vervult.
Paulus zegt tegen Archippus, vervul je bediening, die hij dus speciaal had. Je bent hiervoor aangenomen en je moet trouw zijn! Het staat aan het einde van de brief en de Kolossenzen worden nu getuigen van deze aansporing. 
Het is niet alleen genade, er zijn ook verplichtingen! Het is allemaal niet vrijblijvend, maar serieus, onze Werkgever is de Here. Soms zetten wij onze hemelse Werkgever op de 2e plaats als we dingen opzij zetten voor onze aardse baas.
De 4e keer is 2 Tim. 4:5 Maar u, wees nuchter in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk ten volle.
 
1 Tim. 1: 10 voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaars, leugenaars, meinedigen en als er iets anders tegen de gezonde leer is,
Er worden diverse zaken genoemd die tegen de gezonde leer ingaan.
Hier komt de term "de gezonde leer" voor de 1e keer in de Bijbel voor. De term komt alleen in de laatste 3 brieven van Paulus voor, dat moet ons te denken geven. Het gaat om de dingen die verschillen. Je komt diverse begrippen en termen tegen die pas voor de 1e keer in de brieven van Paulus voorkomen. Het gaat dus om zaken die daarvoor nog niet bekend waren. Het gaat dan om bijvoorbeeld: met Christus opgewekt zijn; met Christus een plaats in de hemelse gewesten hebben; in één lichaam met Christus zijn; Christus is het Hoofd; goede werken; etc. (zie hiervoor de studies "de dingen die verschillen" van bijbelstudiegroep Naaldwijk, die ook via deze site te beluisteren zijn). 
Als je aan een gemiddelde gelovige vraagt: Wat is de gezonde leer? dan krijg je diverse verschillende antwoorden. Het gaat echter niet in zijn algemeenheid over heel de Bijbel.
Vanavond gaan we naar de kern van "de gezonde leer". Het gaat dan over het geheel van wat we geloven t.a.v. de openbaring van het geheimenis. Het is een geloofssysteem, hoe hebben we ons te gedragen. Volgende keer over de gezonde leer en het Woord der waarheid en daarna over de gezonde leer en opzichters en diakenen.
De laatste keer dat gezonde leer voorkomt is in 2 Tim. 4:1-4 
2 Timotheüs 4: 1 Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: 2 predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht. 3 Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. 4 Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.
Vers 1, "ik bezweer u" is "ik getuig ernstig", het is een oproep. Vers 3, want ze zullen de gezonde leer niet meer verdragen, want vers 4, hun gehoor is afgekeerd van de waarheid, naar de verzinsels = mythen. 
Wij hebben deel aan de waarheid en gaan verder in het spoor van de waarheid, de Here stuurt ons door Zijn Woord. Israël zal in de toekomst letterlijk gecorrigeerd worden door de stem van de Here. Dat zou voor ons ook wel makkelijk zijn, maar wij hebben het Woord. In vers 3 staat dat zij de gezonde leer niet verdragen en daarom leraars naar hun eigen begeerte verzamelen.
Titus 2:1 1 Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past.
Spreek over de leer die gezond is. Het is gebiedende wijs. Het gaat om gezond zijn, het woord wat wij kennen als hygiëne. Voor ons is dat een voorwaarde om niet ziek te worden.
Titus 2:15 Spreek over deze dingen, bemoedig en wijs met alle gezag terecht. Laat niemand u verachten.
Dit is de afsluiting van Titus 2. Hij zegt weer, spreek over deze dingen. Het woord bemoedig is parakaleo en betekent ernaast roepen (op andere plaatsen vertaald met vertroosting)
Tussen vers 1 en vers 15 bevindt zich de gezonde leer. Er zit een opbouw in .
Titus 2:2 De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding.
3 Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het heiligen past: geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn, maar leraressen van het goede,
4 opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben,
5 bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.
6 Spoor evenzo de jongere mannen aan bezonnen te zijn.
7 Betoon uzelf in alles een voorbeeld van goede werken. Betoon in het onderwijs zuiverheid, waardigheid, oprechtheid,
8 en spreek een gezond woord, boven alle kritiek verheven, zodat de tegenstander beschaamd zal staan en niets kwaads van u te zeggen heeft.
9 Vermaan de slaven dat zij hun eigen meester onderdanig zijn en dat zij hun in alles welbehaaglijk zijn, zonder tegen te spreken,
10 dat ze niets ontvreemden, maar hun alle goede trouw bewijzen, opdat zij het onderwijs van God, onze Zaligmaker, in alles tot sieraad mogen strekken.
11 Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
12 en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven,
13 terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.
14 Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
 
Omdat er steeds moet of moeten staat (in de vertaling en in de Herziene Statenvertaling staat het schuin om aan te geven dat het niet in de grondtekst staat!), lijkt het of het een opleggen van geboden betreft. De enige echter die een opdracht krijgt (gebiedende wijs), is Titus in vers Titus 2:1, 6, 15, echter niet aan de gelovigen!
Hieronder de vertaling die komt uit "De late brieven, opnieuw en letterlijk vertaald door Hoite Slagter".
Titus 2
1 Maar u! Spreek wat gepast is met de gezond zijnde leer.
2 Dat oude mannen nuchter zijn, eerbaar, gezond denkend, gezond zijnde in het geloof, de liefde, het verdragen.
3 Oude vrouwen hetzelfde, in houding heiligen gepast, niet duivels, niet verslaafd zijnde aan veel wijn, het goede lerende,
4 opdat zij de jonge (vrouwen) gezond doen bedenken, man-liefhebbend en kindliefhebbend te zijn,
5 gezond denkend, puur, huishoudelijk, goed, ondergeordend aan hun eigen mannen, opdat het Woord van God niet gelasterd worde.
6 De jonge (mannen) hetzelfde: roep hen ernaast gezond te denken.
7 Aangaande alles uzelf aan te bieden een voorbeeld van goede werken, in de leer zonder enige vergankelijkheid, eerbaarheid, onvergankelijkheid,
8 een gezond woord, onveroordeelbaar, opdat de tegenstander te schande gemaakt worde en aangaande u niets slechts te zeggen heeft.
9 Dat dienstknechten hun eigen meesters ondergeordend zijn in alles, welbehagelijk te zijn, niet tegensprekend,
10 niet achterhoudend, maar alle goed geloof tonend, opdat de leer van onze Redder, van God, versierd worde in alles.
11 Want verschenen is de reddende genade van God aan alle mensen,
12 ons opvoedend, opdat wij, het niet vereren en de wereldse begeerten ontkennende, gezond denkend en rechtvaardig en juist vererend, leven in de huidige eeuw,
13 ontvangende de gelukkige hoop én verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Redder, Jezus Christus,
14 Die Zichzelf gegeven heeft ten behoeve van ons, opdat Hij ons zou loskopen vanaf alle wetteloosheid en voor Zichzelf zou reinigen een bijzonder volk, ijverig van goede werken.
15 Spreek deze dingen, en roep ernaast en weerleg met alle bevel. Niemand mag u negeren!
 
Er wordt steeds gesproken over dat het zo zou moeten zijn. Als het niet zo is, jammer, maar het zou wel zo moeten zijn: dat oude mannen nuchter zijn.... etc. Hieruit klinkt de liefde door. Paulus zegt iets over oude mannen / oude vrouwen, jonge mannen / jonge vrouwen, slaven en alles met een reden (ook hier geldt weer het is allemaal niet vrijblijvend), namelijk
Titus 2:5, opdat het Woord van God niet gelasterd worde
Titus 2:8, opdat de tegenstander te schande gemaakt worde en aangaande u niets slechts te zeggen heeft; het feit dat de tegenstander beschaamd of te schande gemaakt wordt is iets waar we ons vaak niet bewust van zijn!
Titus 2:10, opdat de leer van onze Redder, van God, versierd worde in alles
Het is een hele verantwoordelijkheid die we hebben, een getuigenis naar de wereld en dat lukt niet altijd.
Dus: Het Woord niet gelasterd, niets kwaads en alles tot sieraad, dit is de praktische christelijke wandel in het kader van de gezonde leer.
Vers 11, "want" geeft aan dat het op het voorgaande slaat, de reden waar het om draait: de genade van God, de zaligmakende genade aan alle mensen, het voorgaande is dus het getuigenis in ons leven.
Vers 11 t/m 14 vormt de kern van de gezonde leer
Vers 11 spreekt over het verleden, de reddende genade die verschenen is
Vers 12 spreekt over het heden, onze opvoeding, SV zegt onderwijzing (daar moeten we niet te min over denken); het woord wordt ergens anders vertaald met geselen. Soms is het nodig als we het zelf niet willen leren, dat we zo opgevoed/gegeseld worden en denken we waarom overkomt me dit. Dit alles speelt zich af in de huidige, boze eeuw.
Vers 13 spreekt over de toekomst --> de kern
Vers 14 spreekt over verleden (Hij heeft Zichzelf gegeven) 
en heden (Hij koopt ons los)
De toekomst is de kern, vers 13: ontvangende de gelukkige hoop en verschijning. De toekomst moet glorieus zijn en wij verschijnen met Hem.
Vers 2 t/m 10 geeft aan hoe het zou moeten zijn.
Vers 14 zegt dat Christus voor Zich een eigen volk reinigt, een bijzonder volk. In de late brieven komt volk, laos, 1x voor. Het woord volk komt terug in b.v. Laodicea (gerechtigheid van het volk/democratie), de Nikolaiten (heersen over het volk, overwinnaars).In totaal komt het 143x voor en gaat het 142x over Israël. Hier wordt gesproken over een eigen/bijzonder volk. Het eigen volk is het lichaam van Christus. Bijzonder/eigen (is peri eimi) betekent letterlijk er omheen staan, om Zich heen vergaderd. Alleen het lichaam staat zo dichtbij. (Parousia betekent aanwezigheid, is para eimi, er naast zijn.)
Vers 13 spreekt over de Zaligmaker, de Redder. Komt 12x voor in de late brieven, 6x gaat het over Christus en 6x over de Here God. De zalige hoop, betekent de gelukkige hoop. In de zaligsprekingen staat zalig zijn ...., dit zou je ook kunnen vertalen met gelukkig zijn. "Zalig, gelukkig" is het welgelukzalig uit bijvoorbeeld de Psalmen, van Paulus.
De zalige hoop, komt 3x voor in Titus.
De 1e keer in Titus 1:2, de hoop op (of van) het eeuwige leven
De 3e keer in Titus 3:7, de hoop op (of van) het eeuwige leven 
De 2e keer in Titus 2:13, dit is de kern, "terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus".
Onder aan dit scherm kun je de preek beluisteren of downloaden.

Onderstaand verslag is ook te downloaden in pdf formaat.

De gezonde leer, studies uit Timotheüs en Titus - H.B. Slagter - 11/10/2012 - Studie 2
 
We lezen 1 Timotheüs 1:12-20
1 Timotheüs 1:12 En ik dank Hem Die mij kracht gegeven heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij trouw geacht heeft, toen Hij mij een plaats gaf in de bediening, 13 mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof. 14 De genade van onze Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus. 15 Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben. 16 Maar daarom is mij barmhartigheid bewezen, opdat Jezus Christus in mij, de voornaamste van de zondaars, al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later in Hem zouden geloven tot het eeuwige leven.
 
Vanavond gaat het over de bediening van Paulus (de gezonde leer, de verborgenheid, de zegen in Christus), hoe hij hierin gesteld is.
Het is een gedeelte waarin Paulus vroeger en nu vergelijkt. Op het moment van schrijven is hij al 25 tot 30 jaar in de dienst van de Here. Hij spreekt over zijn dankbaarheid, de genade is nooit iets gewoons geworden en dat geldt ook voor ons.
In vers 13 zegt Paulus, dat hij een lasteraar was. De grondtekst geeft het woord blasphemos, blasfemie, lasterlijke taal.
Hij was een vervolger en een verdrukker.
 
Filippenzen 3:4-6
Paulus' medearbeiders waren vaak uit de besnijdenis en het gevaar van Judaïsme (de oude gebruiken, de wet en het feit dat zij als besnedenen dachten dat ze meer te vertellen hadden) lag op de loer.
Vers 5 geeft 7 zaken van het vlees aan; 4 m.b.t. natuurlijke afkomst en 3 van verworvenheden:
1 besneden, 2 uit het geslacht Israël, 3 van de stam Benjamin en 4 een Hebreeër en daarnaast 5 naar de wet een Farizeeër, 6 wat ijver betreft een vervolger en 7 rechtvaardig in de wet en hierin onberispelijk.
Hij ijverde, religieus gezien, voor de zaak van God. Nadat hij tot geloof is gekomen, zegt hij "Ik was een lasteraar".
 
Galaten 1:13-14
Saulus was een ijveraar, er staat in de grondtekst zelotes, hij was een zeloot, erg fanatiek, hij liep er niet de kantjes vanaf.
 
Handelingen 26:8-11
Hier geeft Paulus een getuigenis aan koning Agrippa. Paulus kwam in razende woede, dwong gelovigen te lasteren en met hun dood stemde hij in. Het beeld is dat hij geen plezierig mens was.
 
Handelingen 21:40-22:5
In Handelingen 21:37 staat dat de overste aan Paulus vraagt of hij Grieks kan spreken. In vers 40 staat dat hij Hebreeuws sprak. Paulus was Romeins staatsburger, dus is het waarschijnlijk dat hij ook Latijns sprak en Aramees wat de voertaal in die tijd was. Paulus was dus geen 'domme jongen'. Festus zegt tegen Paulus:  "U bent buiten zinnen Paulus. Uw grote geleerdheid brengt u buiten zinnen" (de NBG zegt, 'uw vele studie') Handelingen 26:24.
 
In vers 3 staat dat Paulus uit Cilicië kwam, dat ligt in Turkije. Hij is opgevoed aan de voeten van Gamaliël. Gamaliël is ook bekend als grootheid in de Joodse literatuur en in de Bijbel komt hij niet negatief naar voren. Paulus noemt zich ook hier een ijveraar (zelotes) voor God, 'zoals u heden allemaal bent'. In Romeinen 10:2 staat dat Israël een ijver voor God heeft, maar zonder het juiste inzicht. Inzicht is het woord kennis, epignosis, wat diepere/hogere kennis betekent. Zonder kennis is ijver godslasterend.
 
Uit 1 Timotheüs 1:12 spreekt de verwondering dat Paulus, ondanks zijn geschiedenis, door God een plaats is gegeven in de bediening. Er staat in de HSV 'En ik dank Hem', er staat echter 'Ik heb genade van of bij Hem'.
 
Vers 13 zegt dat Paulus barmhartigheid is bewezen omdat hij dit in onwetendheid heeft gedaan, in ongeloof. Daarom kon Paulus dit ook over Israël zeggen en kon hij hier vrij over spreken. Zij ijverden, zonder kennis, in onwetendheid.
Saulus had waarschijnlijk mensenlevens op zijn geweten. Als je mensen tegenkomt die je het evangelie mag vertellen en die zeggen dat zij zulke grote zondaars zijn dat zij niet tot geloof kunnen komen, dan kun je zeggen dat dat niet uitmaakt. Zonde is zonde. Jakobus zegt dat wie 1 gebod overtreedt, de hele wet overtreedt.

Vers 12 zegt: 'dat Hij mij trouw geacht heeft'. Dat blijkt echter nergens uit. Het woord trouw dat hier staat, wordt in vers 15 vertaald met betrouwbaar.  De verzen 12 t/m 16 spreken over trouw, ontrouw, betrouwbaar, getrouw.
 
In vers 14 staat 'De genade is zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde'. Waar geloof een zelfstandig naamwoord is, is trouw het bijvoeglijk naamwoord. 'Die er is in Christus Jezus', betekent dat die bij Christus aanwezig is nl. in Christus Jezus is geloof en liefde.
In Romeinen 3:1-3 staat in vers 3 in de HSV ontrouw, ontrouw en trouw, in de SV respectievelijk ongelovig, ongelovigheid en geloof (van God). Het grondwoord pistis is trouw en geloof.
God heeft geloof, niet in de zin zoals wij die hebben, maar m.b.t. het plan van God, het doel wordt bereikt, Hij heeft vertrouwen/geloof in Zijn plan.
 
Paulus is een uitverkoren werktuig. Ons geloofsleven is afhankelijk van God. God heeft vertrouwen in ons, gelooft in ons, dat geeft de zekerheid dat alles goed komt.
 
1 Timotheüs 1 spreekt over een overvloed van genade. Dit komt vaak in de Bijbel voor:
Efeze 1:7 In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade,
Efeze 2:7 opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Dit duidt op de positie in de komende eeuwen.
Efeze 3:8 Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen,
Paulus heeft hier deel aan, het is ook zijn eigen getuigenis, het is niet van horen zeggen!
 
1 Timotheüs 1:14 De genade van onze Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.
Er staat met geloof en liefde. Dit is op een bepaalde manier geschreven. Er staat niet met het geloof en de liefde (er staan geen lidwoorden bij). Als er geen lidwoorden staan, betekent dit een omschrijving van één en dezelfde zaak. Geloof en liefde zijn hetzelfde.
Andere voorbeelden hiervan staan o.a. in Efeze 1:1 heiligen en gelovigen en Titus 2:13 de zalige hoop en (namelijk) verschijning.
 
Vers 14 zegt, de genade is zeer overvloedig geweest. Dit wordt ook zo aangegeven in Romeinen 5:8  en Efeze 2:3,4.
Alles gaat altijd van God uit, want onze situatie en houding was belabberd.
 
Vers 13 Aan Paulus is barmhartigheid bewezen, in de NBG staat ontferming en in vers 16 staat nog een keer hetzelfde en wel voor de voornaamste (van de zondaars).


Het woord barmhartigheid is ook een Oud Testamentisch woord, in het Hebreeuws is het racham en wordt o.a. vertaald  met barmhartigheid, ontferming, moederschoot/baarmoeder. Denk ook aan Ruchama. Enkele teksten:
1 Kronieken 21:7-8, 11-13 David moet kiezen uit 3 kwaden als straf voor de volkstelling; laat mij in de handen van de Here vallen, want Hij is barmhartig.
Psalmen 103:13 Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.
Psalmen 116:5 De HEERE is genadig en rechtvaardig, onze God is een Ontfermer.
 
Barmhartigheid bewijzen hoort bij God. Dat gaat verder dan zorgen voor iemand. Het is iemand ontlasten.
 
Jeremia 20:13-18 Jeremia is gevangen en heeft geestelijke strijd/nood. Hij wilde dat hij nooit geboren was. Als ik het Woord van God breng, is iedereen tegen mij. Als ik het niet breng, verbrand ik van binnen.
Jeremia 1:5-7 De Here had Jeremia op het oog: voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u al gekend, voordat u uit de baarmoeder kwam, heb Ik u geheiligd. Jeremia zegt, ik ben nog maar een jongen, ik kan niet spreken, maar overal waar Ik u zenden zal, zult u gaan! Dit doet denken aan de geschiedenis van Mozes.
Galaten 1:13-16 Paulus was een verkondiger voor de volken en was (vers 15) afgezonderd vanaf de schoot van zijn moeder, dat blijkt ook wel omdat God hem geroepen heeft. Hij ging van moeders ontferming naar Vaders ontferming. Hij was uitverkoren tot een bepaald doel.
 
Handelingen 9:3-6 Paulus was een ijveraar, hij dacht dat hij een goede zaak deed, dus bekering was voor hem niet nodig.
 
Handelingen 9:10-16 Ananias moest naar het huis van Judas, dit is de Griekse vorm van Juda. Christus kwam tot de Zijnen=Juda. Zij verwierpen Hem, denk hierbij ook aan Juda(s). In vers 17 komt Annanias bij het huis Juda en zegt, Saul, broeder. Het woord broeder in het Grieks is adelfos van delfos = moederschoot.

In vers 12 staat: 'toen Hij mij een plaats gaf in de bediening', of wel in de bediening geplaatst heeft. Het woord geplaatst komt nog 2x voor:
1 Timotheüs 2:5 Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. 6 Hij heeft Zich gegeven als een losprijs voor allen. Dit is het getuigenis op de door God bestemde tijd. 7 Daartoe ben ik aangesteld als prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), als een leraar van de heidenen in geloof en waarheid.
(Let trouwens op de woorden in geloof en waarheid zonder lidwoord!)
2 Timotheüs 1:11 waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen.
 
Titus 1:1 Paulus, een dienstknecht van God en een apostel van Jezus Christus, overeenkomstig het geloof van de uitverkorenen van God en de kennis van de waarheid, die in overeenstemming met de godsvrucht is, 2 in de hoop op het eeuwige leven, dat God, Die niet liegen kan, vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft. En Hij heeft op de door Hem bestemde tijd Zijn Woord geopenbaard, 3 door de prediking, die aan mij toevertrouwd is overeenkomstig het bevel van God, onze Zaligmaker. Aan Titus, mijn oprechte zoon overeenkomstig het gemeenschappelijk geloof:
 
Hier gaat het over de prediking. Paulus' wil wordt omgevormd door de Here om de boodschap van de gezonde leer te prediken en dat kon hem ook worden toevertrouwd.
Onder aan dit scherm kun je de preek beluisteren of downloaden.

Onderstaand verslag is ook te downloaden in pdf formaat (met landkaart erbij).

 De gezonde leer, studies uit Timotheüs en Titus - H.B. Slagter - 13/09/2012 - Studie 1
 
In Titus 2:1 staat "Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past".
2 Timotheüs 4:6 Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande. 7 Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. 8 Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.
13 Breng, wanneer u komt, de reismantel mee die ik in Troas bij Karpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten.
 
Dit zijn typerende verzen, het is het einde van de loopbaan van Paulus (mijn heengaan is aanstaande en ik heb het geloof behouden) want 2 Timotheüs is de allerlaatste brief die Paulus geschreven heeft. In onze vertaling staat "Ik" vooraan, in het Grieks niet, het gaat niet om Paulus.
Het gaat om:
- de (goede) strijd
- de loop (ten einde gebracht)
- het geloof (behouden)
 
Vanavond kijken we naar:
- de plaatsing van de brieven in de tijd
- de personen Timotheüs en Titus
 
Hoite geeft aan dat hij het mooie brieven vindt om te lezen, wel direct. Er staan ook onderwerpen in die je niet in een late brief zou verwachten:
- Er wordt 2x verwezen naar een profetie over Timotheüs (1 Tim. 1:18 en 1 Tim. 4:14)
- Er wordt gesproken over opzieners, oudsten, diakenen (alleen in zijn laatste brieven en in Fil. 1:1), de termen komen ook voor in Jakobus en Petrus (in veel gemeenten met onze visie is men in deze ambten erg terughoudend).
 
Alleen in Timotheüs en Titus wordt er gesproken over de gezonde leer.
 
Wanneer zijn deze brieven geschreven?
Allereerst een overzicht van het geheel van het Nieuwe Testament.
1) de aankondiging van de geboorte van de Here Jezus
2) de 12-jarige Jezus
3) de aanvang van Zijn bediening op 30-jarige leeftijd tot 33 jaar
4) het lijden, sterven, de opstanding en de hemelvaart van Jezus Christus
5) het boek Handelingen met de hemelvaart en de geschiedenis hierna
6) Het Nieuwe Testament eindigt met de Wederkomst van Christus
 
Parallel lopen de 7 brieven van de apostelen en de 7 brieven van Paulus, met als achtergrond de wederkomst van de Here Jezus Christus
Daarna zou de wederkomst, de heerschappij en het Koningschap van Christus aangebroken kunnen zijn  zoals beschreven in het boek Openbaring.
Na Handelingen 28 had Openbaring kunnen volgen, maar dat heeft niet plaatsgevonden, de Heer kon niet terugkomen vanwege het ongeloof van Israël.
De Here Jezus sprak over de toekomende eeuw, dat is waar Openbaring verder gaat (Openbaring is historische toekomst!).
Handelingen 1:11 die (twee mannen in witte kleren) ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.
 
Hier wordt gesproken over opgenomen en terugkomen.
De discipelen vroegen: Handelingen 1:6: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?
 
Zij bedoelden ook, wordt U nu tot Koning gekroond?
De Here Jezus zegt: Handelingen 1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.
De kracht die zij ontvingen was heilige Geest. Zij werden Zijn getuigen. Dit staat niet in de gebiedende maar in de toekomende tijd, het was een belofte.
Zij zouden uitgaan naar Jeruzalem, Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. Dit gebeurde in de Handelingen. Het Nieuwe Verbond was met het huis van Juda en Israël, dat geldt voor Jood en heiden, zij zijn dus een onderdeel van Israël.
Handelingen 2 betreft de verkondiging in Jeruzalem.
Handelingen 7 gaat over Stefanus en de vervolging die hierna ontstaat, waardoor er een verstrooiing naar Judea en Samaria plaatsvindt, waar de gelovigen het evangelie verkondigen, zie Handelingen 8-12. Paulus wordt geroepen (Handelingen 9) door de Here.
Handelingen 13 Saulus wordt Paulus en God heeft hem gesteld tot een licht en verkondiger tot het uiterste der aarde (Hand. 13:47).
 
Als dit getuigenis geloofd was, waren de tijden der verademing aangebroken en was de Here Koning geworden, maar het volk is niet tot geloof gekomen.
In Handelingen 28 zet de Here God een punt achter de geschiedschrijving en met Zijn volk.
Dan openbaart de Here de verborgenheid/het geheimenis (wat voor ons dus een geopenbaard geheimenis is!). Er komt een tussentijd, waar wij ons nu in bevinden.
Schematisch: Handelingen |--------------tussentijd -------------- | Openbaring
 
De plaatsing van de brieven van Paulus
De 7 vroege brieven en 4 gevangenschapsbrieven zijn te plaatsen binnen het raam van het boek Handelingen.
M.b.t. de latere brieven van Paulus gaat het dan om:
Efeze                    }
Filippenzen         } geschreven in
Kolossenzen      } gevangenschap
Filemon               }
Hierna komt Paulus tijdelijk vrij en schrijft 1 Timotheüs en Titus daarna wordt hij weer gevangen genomen en schrijft als laatste brief 2 Timotheüs. Deze brieven zijn niet te plaatsen binnen Handelingen.
 
Handelingen 27 spreekt over de reis van Paulus richting Rome. In Hand. 27:37 staat dat er 276 zielen op het schip waren. 276 dagen is de duur van een gemiddelde zwangerschap. Na de geschiedenis van Handelingen begint er nieuw leven. Na de schipbreuk komen zij op Malta (ook vertaald met Milete = honing) aan. Net als de aankomst in het beloofde land, vloeiende van melk en honing.
Hierna gaat Paulus door naar Rome.
Handelingen 28:12          te Syracuse bleven we 3 dagen
Handelingen 28:13          de 2e dag kwamen ze aan in Puteoli
Handelingen 28:14          7 dagen bij de broeders en daarna naar Rome
Handelingen 28:15          Paulus ontmoet de broeders uit Rome op de Appiusmarkt en de Drie Tabernen
Er staat dat Paulus moed vatte, daarbij zal hij gedacht hebben aan datgene wat de Here hem had gezegd in Handelingen 23:11 En de volgende nacht stond de Heere bij hem en zei: Heb goede moed, Paulus, want zoals u in Jeruzalem van Mijn zaak getuigd hebt, zo moet u ook in Rome getuigen.
Paulus moet getuigen als gevangene.
Handelingen 28:17          na 3 dagen roept Paulus de voornaamste Joden bijeen.
Handelingen 28:23          Vanuit de Wet van Mozes en de Profeten legt Paulus het Koninkrijk Gods uit, biedt dit aan
Handelingen 28:28          Als men niet luistert, wordt de zaligheid aan de heiden gezonden
Handelingen 28:30          Paulus blijft 2 jaar in zijn eigen gehuurde woning en ontving allen en schreef in die tijd de brieven aan Efeze, Filippenzen, Kolossenzen en Filemon
Handelingen 28:31          Paulus predikte het Koninkrijk van God vrijmoedig en ongehinderd, de mensen komen naar hem, in Filippenzen staat dat de hele keizerlijke wacht de boodschap hoorde (Fil. 1:13)
 
Verkondiging van het koninkrijk van God in Handelingen.
De eerste keer van verkondiging is Handelingen 1:3 door de Here Jezus
                De tweede keer is bij de vraag of de Here het Koninkrijk herstelt in Handelingen 1:6
                De voorlaatste keer is in Handelingen 28:23
De laatste keer is Handelingen 28:31
 
Het gaat over het toekomende koninkrijk.
 
In Kolossenzen 1:13 spreekt Paulus over het overgezet zijn in het koninkrijk van de Zoon Zijner liefde, in Kolossenzen 1:12 over de erfenis van de heiligen in het licht, in Kolossenzen 3:3 dat ons leven verborgen is met Christus in God. Dit alles spreekt over het (huidige) hemelse koninkrijk.
 
Waar is Paulus geweest na Handelingen 28 (dit kunnen we allemaal niet zeker weten, maar wel proberen na te gaan).
Filippenzen 2:19 En ik hoop in de Heere Jezus Timotheüs spoedig naar u toe te sturen, opdat ook ik goedsmoeds mag zijn als ik van uw zaken weet. 20 Want ik heb niemand van gelijke gezindheid, die oprecht voor uw zaken zorg zal dragen. 21 Want zij zoeken allen hun eigen belangen, niet die van Christus Jezus. 22 En u kent zijn beproefdheid, dat hij met mij gediend heeft in het Evangelie, zoals een kind met zijn vader. 23 Hem hoop ik dus ogenblikkelijk te sturen, zodra ik mijn zaken kan overzien. 24 Maar ik vertrouw in de Heere dat ik ook zelf spoedig zal komen.
 
Dit was waarschijnlijk aan het einde van de 2-jarige periode van Handelingen 28.
 
1) Toen Paulus vrij was gekomen, ging hij waarschijnlijk eerst naar Filemon (zie Filemon 1:22) in Kolosse of Laodicea, wat in Oost-Turkije ligt
2) Daarna langs Efeze
3) Vervolgens naar Fillippi in Macedonië - daar is waarschijnlijk 1 Timotheüs geschreven
4) In Titus 1:5 staat "ik heb u op Kreta achtergelaten"
5) In Titus 3:12 staat "beijver u naar mij te komen in Nikopolis" - daar is waarschijnlijk de brief aan Titus geschreven
6)  wellicht is Paulus daarna in Korinthe geweest (zie 2 Tim. 4:20), Erastus was in Korinthe gebleven
7) in 2 Timotheüs 4:20 staat Paulus Trofimus in Milete ziek had achtergelaten (sommige uitleggers zeggen dat Paulus mogelijk nog naar Spanje is geweest)
8) 2 Timotheüs 4:13 Breng, wanneer u komt, de reismantel mee die ik in Troas bij Karpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten.
Wellicht is Paulus hier gevangen genomen of al naar Rome gereisd, vers 13 duidt op een overhaast weggaan (de reismantel, de boeken en perkamenten waren nl. achtergelaten).
Hier ligt een mooi beeld m.b.t. het afleggen van de mantel met Elia en Elisa. Timotheüs zou de taak van Paulus gaan overnemen.
(Let wel:  je kunt alleen van schaduwbeelden spreken als het beeld waar (gebeurd) is).
 
Het karakter van de laatste gevangenschap is anders:
2 Timotheüs 2:9 Daarvoor lijd ik verdrukkingen en draag zelfs boeien als een misdadiger. Maar het Woord van God is niet gebonden.
Paulus spreekt echter over trouw, liefde en geloof in de brief.
 
De brieven aan Timotheüs en Titus staan bij ons bekend als de pastorale brieven, dit is pas sinds zo'n 150 jaar, men vindt dit herderlijke brieven.
De brieven zijn geschreven als persoonlijke brieven aan Timotheüs en Titus, dus niet aan gemeenten/gelovigen die onder de leiding vallen.
Het zijn brieven op niveau! Van dienstknecht tot dienstknecht.
Zij moeten zorgdragen voor gelovigen en met alle gevaren die er dreigen van b.v. afval.
Paulus schrijft aan hen
1)            1 Tim. 1:2            mijn oprechte zoon in het geloof            }
2)            1 Tim. 1:18          mijn zoon Timotheüs                               }
3)            2 Tim. 1:2            mijn geliefde zoon                                    }  er staat in de grondtekst kind
4)            2 Tim. 2:1            mijn zoon                                                    } in de mannelijke vorm
5)            Titus 1:3               mijn oprechte zoon                                  }
 
Aan Filemon schrijft Paulus dat Onesimus zijn geestelijk voortgebrachte zoon (grondtekst kind) is, Filemon 1:10.
Dat geldt ook voor ons, wij zijn geestelijk verwekte kinderen van Paulus!
 
Over Timotheüs
Zijn naam betekent: God vererend. Time=eer en Theus=God.
Zijn naam komt 24x in het Nieuwe Testament voor, waarvan 8x in de late brieven.
De 1e keer is in
Handelingen 16:1 En hij kwam in Derbe en in Lystre aan. En zie, er was daar een zekere discipel van wie de naam Timotheüs was, de zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Griekse vader; 2 van wie een goed getuigenis gegeven werd door de broeders in Lystre en Ikonium. 3 Paulus wilde dat die met hem mee zou gaan; en hij nam hem bij zich en besneed hem omwille van de Joden die in die plaatsen woonden, want zij wisten allen dat zijn vader een Griek was.
 
Er was een zeker discipel, in dit geval is een discipel ook een gelovige, hoe kan hij dan voortgebracht zijn door Paulus?
Handelingen 14:5 En toen er een oploop ontstond, zowel van heidenen als van Joden, met hun leiders, om hen smadelijk te behandelen en te stenigen, 6 vluchtten zij, toen dit tot hen doorgedrongen was, naar de steden van Lycaonië, namelijk Lystre en Derbe, en de omgeving ervan. 7 En zij verkondigden daar het Evangelie.
 
Paulus predikte met de broeders in Lystre en Derbe en, waarschijnlijk is Timotheüs tot geloof gekomen tijdens/na deze prediking. Tussen Handelingen 14 en Handelingen 16 zit een flinke tijd.
 
Paulus noemt Timotheüs:
- kind
- discipel
- helper
- mede-arbeider
- broeder
- dienstknecht van Christus Jezus
 
Een geestelijk kind van jou wordt ook je broeder/zuster. In het Grieks is dit respectievelijk adelfos en adelfa. Dit woord is afgeleid van baarmoeder, geestelijke gezien hebben we dezelfde oorsprong, dit kun je niet veranderen, dat geldt ook in de gemeente!
 
Over Titus
Zijn naam betekent geëerd, eerwaardig, verpleger of ook wilde duif.
Zijn naam komt 13x voor (in 12 verzen), niet in Handelingen.
Galaten 2: 1 Daarna ging ik, na verloop van veertien jaar, weer naar Jeruzalem, samen met Barnabas, en ik nam ook Titus mee. 2 En ik ging op grond van een openbaring, en ik legde hun het Evangelie voor dat ik verkondig onder de heidenen; en afzonderlijk aan hen die in aanzien waren, opdat ik niet misschien tevergeefs zou lopen of gelopen hebben. 3 Maar zelfs Titus, die bij mij was, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij een Griek was.
 
Titus was dus een Griek. Hij hoefde niet te worden besneden, denk aan de geschiedenis in Handelingen 15. Hij zal een lange tijd bij Paulus geweest zijn.
De duif is een beeld van Israël, het besneden volk. De wilde duif is een beeld van de onbesneden Griek/heiden.
 
Paulus noemt Titus:
- kind
- broeder
- medestander
- medewerker
 
2 Timotheüs 4:3 Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten.
 
Aan het einde van de Handelingen wordt het geheimenis via Paulus aan ons bekendgemaakt. Na deze bekendmaking is dit bezonken in de gezonde leer.
 
Titus 2:11 Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
 
De brieven aan de Kolossenzen en Efeziers vormen het kader van het geheimenis.
De laatste 3 brieven van Paulus geven de waarheden m.b.t. het geheimenis aan en wat dit betekent voor de praktijk, de gezonde leer.
Het gaat over gelovigen, trouw, het Woord van God, de wandel, dwaalleraars die uit het spoor der waarheid gaan.
 

Agenda

  • 21 04
    samenkomst met Piet van der Lugt 10:00 tot 11:30
  • 28 04
    samenkomst met Job Ekhart 10:00 tot 11:30
  • 21 04 - 28 04
  • 02 05 - 05 05
  • 12 05 - 19 05
  • 26 05 - 02 06
  • 09 06 - 16 06
  • 23 06 - 30 06
  • 07 07 - 14 07
  • 21 07 - 28 07
  • 04 08 - 11 08
  • 18 08 - 25 08
  • 01 09 - 08 09
  • 15 09 - 22 09
  • 29 09 - 29 09

Deel deze pagina via

Recente preken

Loading Player...